zoalsdewaardis

WEBSITE EN BLOG VAN LUCAS DE WAARD, SCHRIJVER

Herfsttour!

Nieuwe roman ‘Kraaien tellen’ nú in de winkel!

NU UIT!
Nieuwe roman
‘KRAAIEN TELLEN’

Overal verkrijgbaar.
Zoals bijvoorbeeld hier.

On tour!


Tineke

Zondag was ik op een borrel. Het was warm weer, we dronken er wijn en omdat die wijn lekker was, dronken we snel. Ik werd dronken. Rond middernacht belde mijn moeder. ‘Tineke is overleden.’ Ik knikte, maar daar kreeg ze niks van mee. Ik condoleerde haar en we praatten wat over hoe het was gegaan. Tineke was niet alleen geweest. Dat was haar grote vrees. Alleen sterven. Ik hing op en vroeg me voor het eerst van mijn leven af wie er zal zijn als ik sterf. Misschien ben ik er altijd blind vanuit gegaan dat er iemand zal zijn. Of misschien heb ik het me nog nooit eerder afgevraagd. Ik dronk nog meer wijn. Tot er geen scherpe randjes meer waren. Lees meer… »

De Burgeroorlog – deel II

Hoe het precies begon ben ik vergeten. Had ik al gezegd dat mijn geheugen niet al te best is? Iemand gooide een baksteen tegen mijn hoofd. Misschien heb ik dat al verteld. Afijn, het was al een tijdje mis, in dit land. De lucht trilde boven het asfalt en de mensen hadden wespen in hun hoofd. Er werden dingen geroepen, geschreven; leugens bestonden niet meer en waarheden evenmin. Dat is wat ik nog weet. Er werd gescholden en gedreigd maar niemand ging over tot daden. Tot op een dag iemand dat wel deed. Ik herinner me iets over een columnist, of misschien was het een televisiepresentator, of een vlogger; maar íemand riep op tot actie. Tot een revolte. Dat was al vaker gebeurd; er was al zo dikwijls een lont naar het kruitvat geworpen. Maar deze viel erin. Dat is wat ik me nog herinner. De rest is mistig. Vanwege die baksteen, begrijpt u? En nu woon ik hier. In een huis dat een fort werd, met Najib, en Elske, en dat stel van boven. Volgens mij heten ze Janne en Freek, maar ik kan het mis hebben.

Lees meer… »

De Burgeroorlog – deel I

Het kan zijn dat ik wat vergeetachtig overkom. Dat moet u me dan maar vergeven. Ik heb een baksteen tegen mijn hoofd gehad. Sindsdien lopen de zaken wat door elkaar. Gisteren is ineens vijf jaar geleden en vijf jaar geleden voelt als gisteren. Afijn, het gaat er in het leven vooral om wát er gebeurt, en niet per se wanneer, als je ’t mij vraagt. Als je eenmaal de vijftig gepasseerd bent gaan de dagen op elkaar lijken. Maar had ik die verdomde baksteen niet tegen mijn ponem gehad dan had ik de geschiedenis voor u kunnen uitspellen, geloof dat maar. Nu is het een beetje puzzelen. Ik hoop dat u me het niet kwalijk neemt.

Het is oorlog, al een tijdje. De burgeroorlog noemen we hem. Zo werd hij al genoemd voordat hij begon. ‘Het kan nu niet lang meer duren’, zeiden sommige mensen, in columns, talkshows en artikelen. ‘Er komt een moment dat men het niet langer pikt.’ Dat moment kwam, maar ik weet niet of dat nu betekent dat ze gelijk hadden, of dat ze er met hun taal van vuur en bloed zelf voor gezorgd hebben. Niet dat het er nog toe doet. Lees meer… »

SPOEDIG! Nieuwe roman “Kraaien tellen”

Eind augustus verkrijgbaar: mijn nieuwe roman “Kraaien tellen”

Tobias is een veegwagenbestuurder die het liefst met rust gelaten wordt. Maar als
zijn zus en geestverwant een einde aan haar leven maakt begint de wereld steeds
meer van hem te verlangen. Tobias weigert echter te rouwen en besluit zijn leven
op pauze te zetten.

Avocado

Er opent binnenkort een avocadorestaurant in Amsterdam. Dit lijkt mij een uitgelezen moment om ons zorgen te gaan maken. Ik heb een tijdje aangekeken met de avocado en dacht: dit waait wel over, het is een modegril, net zoals die belachelijke lange jurk-T-shirts voor mannen en jumpstyle; gewoon geduldig wachten en dan verdwijnt ‘t vanzelf. Zo niet de avocado. De avocado blijft. En niemand die er iets aan doet.

Avocado is wat er gebeurt als je een bakje guacamole te lang laat staan. De saus – prima saus – verliest zijn smaak en wordt stijf. Dan heb je avocado.
Avocado heeft het mondgevoel van fimoklei. Fimoklei smaakt naar een narcosekapje; avocado smaakt naar omgewoelde aarde. Niemand – behalve kinderen en zwakzinnigen – eet fimoklei, terwijl avocado tegenwoordig werkelijk óveral met kilo’s tegelijk bovenop wordt gekwakt. Salade? Avocado erin! Broodje? Avocado erop! Lunch? Een hele avocado erbij en dan maar lepelen, met een blik alsof je een erotische massage krijgt. Avocado is niet meer weg te denken uit de hedendaagse keuken. Nostalgie heeft op mij doorgaans geen vat, maar ik denk geregeld met weemoed terug aan de tijd dat niet iedereen de godganse tijd avocado’s zat te kluiven.

Als je een avocado tot pulp maalt en de pit er terug in stopt blijft het leven. Dat is niet oké. Dat kan verder nergens mee. Als je een hond zijn hart eruit snijdt, daarna met een samoeraizwaard de hond in stukken hakt en vervolgens het hart in die bloedende stapel vlees en huid duwt, dan gaat die stapel niet blaffen. Omdat de hond dood is. Avocado’s daarentegen, gaan nooit dood. Avocado’s blijven doorleven in je maag.
De naam avocado komt overigens van het Nahuatl woord ahuacatl, dat ook ‘teelbal’ betekent. Doe met die kennis wat u wilt. Maar neem het mee. Vergeet het niet.

Niemand heeft me ooit uit kunnen leggen wat er lekker is aan avocado. ‘Ja,’ zegt men dan, ‘het is heerlijk met balsamicoazijn, of met zalm en ei!’. Dat zal best. Het schijnt ook verrukkelijk te zijn als je het serveert met kreeftensaus, entrecote en een fles goeie champagne, terwijl iemand briefjes van vijftig over je uitstrooit. Want de avocado is lekker neutraal. Net als kipfilet. Godsgruwelijk saai, maar als je het begraaft onder saus, gegrilde groente en uitgebakken spek is het smullen geblazen!

Ik weet niet wat het is; waarom ik niet alleen de avocado zelf verafschuw maar ook woedend word als andere mensen het eten. Dat zal dan mijn eigen zwakte wel weer wezen. Of misschien komt het door mijn ouders. Mijn broertje, mijn zusje en ik hielden vroeger van gekke stemmetjes. Dit dreef mijn ouders tot waanzin en dus voerden ze een straf in: voor elk gek stemmetje moesten we een halve avocado eten. Vandaag de dag proef ik die zeurderige, zijige smaak nog, elke keer als ik een tekenfilmfiguurtje nadoe omdat mijn vriendin dat leuk vindt. Tussen mij en de avocado komt het niet meer goed. Dat avocadorestaurant wordt mijn persoonlijke hel en de weg er naartoe zal geplaveid zijn met die glibberige, groene smurrie. De obers hebben er allemaal gekke stemmetjes, waarmee ze zullen zeggen: “Avocado is héérlijk met balsamicoazijn en een snufje zout!” En als je er maar vaak genoeg eet verandert je hart in een avocadopit, en zul je voor eeuwig leven, als onderdeel van een lekker neutraal smakend zombieleger.
Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb.

Het was een nacht

Het was een nacht die iets weg had van wakker zijn terwijl je slaapt. Een koortsdroom waarin emoties teveel op elkaar leken om ze goed van elkaar te kunnen onderscheiden. En aan het eind stond ik met pijn in mijn buik te glimlachen.
Misschien kwam het doordat ik net twaalf uur lang een verkiezingsvoorstelling (eentje waarin we live het nieuws in het drama verwerkten) had gespeeld. De trots en de euforie omtrent wat we geflikt hadden verdrong de afschuw een beetje. Of misschien kwam het doordat ik me voor die voorstelling nogal in de materie verdiept had. Hoe dan ook, mijn gevoel bij Trump als de nieuwe president van Amerika was er niet een van louter ontzetting. Tuurlijk, óók ontzetting. Ook walging. Maar ik voelde, daar en toen, op dat podium met een biertje in mijn hand, vooral berusting. Alsof ik in een tandartsstoel lag voor een wortelkanaalbehandeling waar ik weken tegenop had zitten janken. Het was begonnen, en misschien was dat maar beter ook.

Lees meer… »

De vliegtuigen

Geschreven voor en voorgedragen tijdens de Nijmeegse Kunstnacht.

Ze sproeien boven de stad. Ik hoor de vliegtuigen door het plafond heen. Gebrom in diepe, bozige bastonen; trillende glazen; het golft af en aan als een reuzeninsect op zoek naar bloed. Het is de derde nacht op rij nu. Ze proberen iets te verdelgen. Ze proberen de wereld te redden.
Hier in dit café grijpt iedereen de gelegenheid aan om nog wat langer te blijven. Niet naar buiten gaan, misschien krijg je er wel kanker van. God weet wat voor chemische troep het is. Hierbinnen is het veilig. Hierbinnen weet je precies waar je ziek van wordt.
Ze hebben niet gezegd wat ze nu precies proberen uit te roeien, met die vliegtuigen. Vertrouw ons maar, zeiden ze. Gisteren was het op tv. “Vertrouw ons maar”. Lees meer… »

Hoe Suicide Squad ons leert dat je schrijvers met rust moet laten

Als schrijver is je macht beperkt. Je invloed in een creatief proces beperkt zich tot de pagina’s waarop jij je bedenksels uitstort, je enige wapens zijn de woorden die zinnen, en de zinnen die verhalen vormen. Dat klinkt als heel wat, maar zodra de pagina’s de wereld in gaan sta je machteloos. En soms, heel soms, zelfs al daarvoor.
Het beste voorbeeld van dat laatste is denk ik Suicide Squad. Dat is een film waar ik naartoe ging met mijn vriendin, die net als ik haar huur betaalt van de schrijverij, en samen zaten wij twee uur in het donker vreselijk veel medelijden te hebben met de schrijver van het scenario. Onze collega, eigenlijk, maar dan met véél meer geld. Dus zoveel medelijden hadden we nou ook weer niet.

Nu goed, elke schrijver die in opdracht werkt maakt het minstens één keer in zijn carrière mee: een producent die zijn project niet uit handen durft te geven. Die als een havik boven het maakproces blijft cirkelen en veelvuldig naar beneden gedoken komt om zorgen te uiten of aanpassingen te eisen. Producenten, moet u weten, zijn soms als ouders die hun kind voor de eerste keer naar de crèche brengen. Het is allemaal heel begrijpelijk, maar alstublieft meneer/mevrouw, ik verschoon al dertig jaar luiers, dit komt helemaal goed, ga weg!

Neem Suicide Squad. Ik weet niet of u ‘m gezien hebt – met een beetje mazzel niet – maar die film is een mooie illustratie van waarom producenten hun schrijvers met rust moeten laten. Lees meer… »

DE WAARD EN ZIJN GASTEN XL

Literatuur op theaterfestival Boulevard!

Met trots presenteer ik een XL versie van mijn literaire programma ‘De Waard en zijn Gasten’!
Een schrijverskroeg op het podium, maar dan heel groot!

Met Jaap Robben, Maartje Wortel, Nynke de Jong, Peter Buurman en Marcel Osterop!
Het wordt episch, of op zijn minst legendarisch!
En anders gewoon heel erg leuk!
Schaf aan die kaartjes!

Zelfcensuur

Vorige week censureerde ik mijn eigen column. Hij ging niet over het referendum, niet over Erdogan, niet eens over Geert Wilders, maar over Shoarma Jan, de uitbater van een Bossche grillroom. Of nu ja, eigenlijk ging het stukje over verandering, over moordende keuzevrijheid en meer van zulks, maar dat had ik voor de gelegenheid opgehangen aan wat grapjes over een onschuldige shoarmaverkoper. Ik trok bijvoorbeeld zijn hygiëne in twijfel, niet omdat ik daar ook maar het minste beetje verstand over heb, maar omdat ik terzijdes over hygiëne in dit verband wel lollig vind.

Shoarma Jan zelf – die eigenlijk anders heet, maar niemand kan me vertellen hoe – vond het helemaal niet lollig. Hij was, bij monde van zijn buurman, zelfs erg verdrietig. Alles wat hij in een slordige twintig jaar, misschien nog wel langer, had opgebouwd, werd door een columnist die hem nog nooit recht in de ogen had gekeken te kakken gezet. In de lokale media nog wel. En waarom? Lees meer… »

V&D

Deze tekst werd live geschreven en voorgedragen
in de Orde van de dag Ouds en Nieuws Show

Ik heb een badjas aan.
Ik zit in een leeg gangpad, en ik heb een badjas aan.
Kan gewoon.

Ik eet een broodje vitello tonnato.
Met een ijsmuts op. Zittend op een rolkoffer.
Een Garfield-mok slaat me wantrouwend gade.
Kan gewoon. Lees meer… »

Met Geert Wilders naar de Blokker

‘Hallo’, zei de bezorger, ‘Uw buurman is niet thuis. Wilt u dit pakketje misschien voor hem aannemen?’
Dat wilde ik niet, maar ik zei toch ja, want ik ben een nette jongen.
‘Dank’, zei de bezorger, ‘U bent een goed mens’.
Ik wilde hem zeggen dat ik gisteren nog nootjes naar een dronken man had zitten gooien, maar slikte de woorden in. Ik ging naar binnen en zette het pakketje naast mijn strijkijzer. Daar bleef het een paar dagen staan. Ik schreef wat aan mijn nieuwe boek en kookte twee keer coq au vin. Één keer met rode en één keer met witte wijn. Toen besloot ik – het was inmiddels vrijdag – toch eens bij de buurman langs te gaan. Het pakketje stond in de weg. Maar er was geen buurman meer. Het huis was leeg. Door het raam zag ik de betonnen vloer en de vaalwitte muren met wittere vlakken erop. Daar hadden zijn filmposters gehangen.
Thuis zette ik het pakketje op tafel. Ik keek er een tijdje naar, ging er bij zitten en legde mijn voorhoofd er even tegenaan, pulkte wat aan de randjes, scheurde uiteindelijk de tape er vanaf en opende het.
In het pakketje zat Geert Wilders, in kleermakerszit, te midden van wat plukjes stro. Hij keek chagrijnig omhoog. Hij was hooguit veertig centimeter groot. Lees meer… »