Sportzomer

door Lucas de Waard

U dacht misschien dat het een ongelofelijk kutzomer is. Of misschien zelfs helemáál geen zomer. Maar dat heeft u mis. Het is een sportzomer. Dat staat overal te lezen. Zelfs gisteren in sauna kwam ik het woord op de raarste plaatsen tegen, meestal vergezeld van schreeuwende kortingen.
‘Zullen we het nu dan weer gaan hebben over dingen die er toe doen?’ verzuchtte een Facebook-kennis van me nog, daags na de uitschakeling van Oranje door Portugal. Dat was natuurlijk schandelijk naïef, maar ik zei lekker niks.

Momenteel wemelt het op TV van de wielrenners en mogen we dagelijks luisteren naar een stationair orakelende Mart Smeets die zichzelf zó mal probeert na te doen dat een Koefnoen-imitatie overbodig wordt. Maar hij weet wél veel van Frankrijk. Aan de horizon gloren ondertussen de Olympische Spelen. Daar hoor je het hele jaar niemand over, maar zodra er plaatjes van op Cola blikjes verschijnen gaan we er toch weer massaal heel zenuwachtig over lopen doen.
Persoonlijk mis ik onze voetballers een beetje. Ik heb daar, in tegenstelling tot velen, erg van genoten. Hol gezwatel in een microfoon voor sommigen maar voor mij vaak pure poëzie. En anders toch op zijn minst dolkomisch. Vooral wanneer Gregory van der Wiel voorbij komt vraag je je af hoe het toch mogelijk is dat die jongen niet vaker struikelt over zijn eigen veters. Peppi en Kokki achtige domheid, verpakt in drie vierkante meter tatoeages. Het is genieten. Een knul die twee miljoen netto krijgt om met tetterende oorwarmers op van en naar spelersbus te sjokken en tussendoor zestien keer de bal terug op de keeper te spelen, vertelt ons dat hij niet goed gebruikt werd op het veld. Hij kreeg de bal niet als hij vrij stond.
Arjen Robben was ook om van te smullen. ‘Hou je bek!’ schreeuwde hij tot driemaal tegen zijn coach die hem beval mee te verdedigen. Ja, Bert moest zijn bek houden. Arjen was bezig een klote-seizoen van zich af te spelen. Op zoek naar rehabilitatie. Naar dat ene weergaloze moment. Dat moment dat niet kwam. Niet door pech maar door het feit dat Arjen speelde als een stofzuiger. Een roestig apparaat dat áltijd afbuigt in dezelfde richting.
Andere leuke feitjes uit de oranje doos van Pandora: Afellay is een zelfingenomen kwal en bovendien vinden de andere spelers het eng dat hij er nog altijd uitziet als een jongetje van twaalf. Heitinga lekt naar de pers. Dat is an sich niet verwonderlijk –die jongen heeft de gezichtsuitdrukking van iemand die gewoon steeds vergeet wat hij ook alweer geheim moest houden- maar ze nemen het hem tóch kwalijk.
O, en van Persie praat niet met de pers. Daarmee zegt hij eigenlijk meer dan al zijn collega’s bij elkaar.

Ik zal ze missen, de komende weken. Wielrenners zijn lang zo leuk niet, met hun gekke helmpjes en brave teksten. Hardlopers zijn doorgaans te uitgeput om iets koddigs te zeggen. En Mart Smeets, nu ja, soms denk ik wel eens dat hij eigenlijk niet bestaat.

Maar goed, kloteweer of niet, goddank hoeven we het tot eind augustus niet te hebben over dingen die er toe doen.