Alles behalve haar naam >> column uit de oude doos

door Lucas de Waard

‘Wat een takkeherrie maken die bouwvakkers hè?
Maar goed, waar had ik het over? O ja, die Turk gooit dat rotje dus hier zo, achter in mijn trui, en toen BAM!, hoorde ik ineens nog maar voor dertig procent aan deze kant. Ja, dat gaat mij dus te ver. Dat doe je niet met vuurwerk. Het is geen speelgoed, of wel? Dus ik achter die Turk aan en ik duw een strijker in z’n nek. Nou, dat litteken zie je nog steeds.
Dat soort dingen doe je hè, als je jong bent? Nu is dat anders. Nu wil ik kinderen, maar ja, ik werk hier, dus dat kan nog wel even duren. Ik spaar, maar snel gaat het niet. Vorige week heb ik nog een plasmascherm voor m’n vriend gekocht. Niet heel handig, maar shit, voor achthonderd euro laat je zo’n ding niet liggen. En over twee weken wil ik een ballonvaart maken. Mijn opa is dan een jaar dood. Ik zou het eigenlijk met hem doen, dat was zijn wens. Toen ging hij dood en nu doe ik het alleen. Een eerbetoon snap je? Ik heb alleen hoogtevrees, dat is vervelend. Bovendien zijn die niet goedkoop, ballonvaarten. Heb jij ooit in zo’n ding gezeten? Ik durf dat eigenlijk niet. Maar het is voor mijn opa. Dus het moet.
Mijn opa heeft me opgevoed. Samen met mijn oma, want m’n moeder neem ik niet serieus. Waarom zou ik mijn moeder serieus nemen? Met d’r scheiding. En d’r nieuwe vriend. Dat is een lamzak, dat wil je niet weten. Wil nooit aan tafel komen als het eten klaar is. Nou, dan ben je bij mij aan het verkeerde adres. Eten doe je aan een tafel.
Opa voedde ons op. Opa en oma. Oma zit in de beveiliging. Sommige mensen vinden dat raar, omdat ze zestig is, maar die kunnen de tering krijgen. Mijn oma is zestig en slaat nog wekelijks mensen hun voortanden in. Wie is de wereld dan om haar te vertellen dat ze te oud is? Nou dan.
Mijn broertje valt onder mijn voogdij.
Mijn andere broertje is dood.
Met mijn leven wordt je vroeg volwassen. Op eigen benen staan. Voor jezelf opkomen. Mijn moeder en haar nieuwe vriend zoeken het maar uit. Ik bepaal mijn eigen weg.
Ik wil kinderen, maar ja, ik werk hier. Later wordt ik etaleur. Ik ben jong, ik kom er wel.
Weet je? Het leven kun je niet voorspellen. Misschien ben ik morgen dood. Of jij. En wat doe je dan met je geld? Met je plannen? Niks.
Vorige week liep ik zo’n discountwinkel binnen. Heb ik zomaar voor zeshonderd euro babyspullen gekocht! Ik heb niet eens een baby. Alles zit verstopt in een kast in de schuur. Alleen ik heb de sleutel. Als mijn vriend erachter komt… Mijn vriend mag daar nooit achter komen. Die denkt dan dat ik gek ben, en niet nadenk, maar dat is niet zo, want alle kleertjes zijn uniseks. Ik ben niet achterlijk.
Die kinderen komen toch wel. Als ik hier weg ben.
Mijn baas wil dat ik hart voor de zaak krijg. Geloof je dat? Hart voor de zaak! Hart voor de Aktie Sport! Wie heeft er nou hart voor de Aktie Sport?
Wat een herrie trouwens. Ik zal blij zijn als die bouwvakkers oplazeren.
Maar goed, ben je eruit?’
‘Ja. Ik denk dat ik deze maar neem.’ stamel ik met een paar witte Asics tegen mijn borst geklemd.
‘Goeie keus. Prima hardloopschoentjes. Heb je ook sokken nodig? Ze zijn in de aanbieding.’