Apocalyps graag

door Lucas de Waard

Deze column werd live voorgedragen tijdens De Zondageditie, in de Verkadefabriek

Deze week botste ik op een grappig feitje. In de afgelopen vijf jaar waren er elk jaar minstens vijf bioscoopfilms te zien die zich afspeelden in een post-Apocalyptische toekomst. Hunger Games, Maze Runner, Oblivion, Mad Max, Snowpiercer; verhalen over het einde van de beschaving. Een dystopische wereld, van God en hoop verlaten, bevolkt door barbaren dan wel zombies, en een paar beklagenswaardige overlevenden met kruisbogen. Vergane gebouwen die door de natuur teruggevorderd zijn, uiteengevallen snelwegen en desolate vergezichten. Terug naar het niets.

Ook zijn er de afgelopen jaren aan de lopende band series, games en boeken over verschenen. Behalve fan van superhelden zijn we dus blijkbaar ook dol op onze eigen ondergang. Waarom? Willen we ons alvast een beetje voorbereiden op het onvermijdelijke? Of probeert kunst ons altijd vooruit te snellen, als een kind dat in alles een wedstrijdje ziet? Of – en dit is wat ik denk – verlangen we er stiekem naar? Naar een reset-knop. Alles terug naar nul, en vanuit daar wel verder zien.

Ik zou het wel begrijpen, van ons. Zonet las ik maar weer eens wat over Donald Trump. Ik had ook wat over Poetin kunnen lezen, of de Brexit, of Dotans trollenleger. Of – kan mij het verrekken? – André Hazes jr. die de geest van zijn vader ziet in een instagramfoto van zijn zoontje. Het is allemaal raar. Het is allemaal onbegrijpelijk, en eng, en veel. Het is vooral véél.

Dus: verlangen we naar een Apocalyps? Dat zou wel verklaren waarom we er zo’n haast mee maken. Alle schaakstukken staan op hun plek voor de genadeklap. De aarde warmt op, Rusland walst over elke diplomatieke grens heen, Amerika wordt gerund door een narcistisch kind van 71, bacteriën raken resistent tegen antibiotica, privacy bestaat niet meer, de waarheid bestaat niet meer (zo heb ik die cijfers over die films gewoon verzonnen en jullie geloofden het allemaal), de economie kan elk moment exploderen – of imploderen, niemand weet het – en over China heeft maar niemand het; want als we ons daar ook nog druk over moeten gaan maken sterven we allemaal aan een burn-out nog vóór die hele armageddon goed en wel begonnen is. En hij begint maar niet. We wachten en wachten en het komt er maar niet van.

We zijn post-apocalyptische krijgers, in een wereld die maar niet wil vergaan. We dromen van roestige strijdwagens, van leven in forten van golfplaat, geroosterde knaagdieren eten, van koortsig wachten op regenwolken.

Tot het zover is preken we hel en verdoemenis. De een wijst op hordes Islamitische barbaren aan de horizon. De ander op een zeespiegel die je, als je goed kijkt, met het blote oog kunt zien stijgen en dan is er eigenlijk ook elke dag wel iemand die op een tweetje van Trump wijst en zegt: ‘Hij gaat het doen hoor! Hij drukt vandaag of morgen op die knop!’

We kruipen ’s avonds in bed tegen elkaar aan, na weer een dag in een wereld vol onzekerheden. Onze hoofden zwaar van alle ongewenste info die we tóch geconsumeerd hebben, en onze lijven kriebelig van onrust, plakkerig van onbehagen. We snappen het niet meer zo goed, het is te veel, en God wat zou het eigenlijk lekker zijn als iemand gewoon de trekker overhaalde. Als de wereld morgen in die smeulende puinhoop zou veranderen, die meedogenloze woestijn waarin we alleen nog maar hoeven te denken aan eten, een dak boven ons hoofd, bescherming tegen de zandstormen en een manier om te voorkomen dat kannibalen je kinderen opvreten. Een wrede wereld, zéker, maar ook een duidelijke. Terug naar onze oorsprong. Terug naar het beest in ons. We zullen allemaal grimmige helden zijn.

Dat denken we, vlak voor we in slaap vallen. Morgen is het zover. Morgen breekt het einde aan, en daarmee een nieuw begin.

Maar nee. In de praktijk schijnt gewoon lekker het zonnetje, wordt PSV straks kampioen en zit iedereen op het terras een ijsje te eten. Wee ons. Tegen de tijd dat onze maatschappij verkruimeld is en de mensheid in een winderige woestenij de restanten van deze wereld bijeenscharrelt, zijn wij er al niet meer. Gestorven aan aderverkalking of iets anders saais.

Dat is onze tragedie. Wij verpesten de aarde, wij sturen aan op nucleaire holocausten en een nieuwe ijstijd, maar het zijn onze kinderen die er straks plezier van hebben.