Avocado

door Lucas de Waard

Er opent binnenkort een avocadorestaurant in Amsterdam. Dit lijkt mij een uitgelezen moment om ons zorgen te gaan maken. Ik heb een tijdje aangekeken met de avocado en dacht: dit waait wel over, het is een modegril, net zoals die belachelijke lange jurk-T-shirts voor mannen en jumpstyle; gewoon geduldig wachten en dan verdwijnt ‘t vanzelf. Zo niet de avocado. De avocado blijft. En niemand die er iets aan doet.

Avocado is wat er gebeurt als je een bakje guacamole te lang laat staan. De saus – prima saus – verliest zijn smaak en wordt stijf. Dan heb je avocado.
Avocado heeft het mondgevoel van fimoklei. Fimoklei smaakt naar een narcosekapje; avocado smaakt naar omgewoelde aarde. Niemand – behalve kinderen en zwakzinnigen – eet fimoklei, terwijl avocado tegenwoordig werkelijk óveral met kilo’s tegelijk bovenop wordt gekwakt. Salade? Avocado erin! Broodje? Avocado erop! Lunch? Een hele avocado erbij en dan maar lepelen, met een blik alsof je een erotische massage krijgt. Avocado is niet meer weg te denken uit de hedendaagse keuken. Nostalgie heeft op mij doorgaans geen vat, maar ik denk geregeld met weemoed terug aan de tijd dat niet iedereen de godganse tijd avocado’s zat te kluiven.

Als je een avocado tot pulp maalt en de pit er terug in stopt blijft het leven. Dat is niet oké. Dat kan verder nergens mee. Als je een hond zijn hart eruit snijdt, daarna met een samoeraizwaard de hond in stukken hakt en vervolgens het hart in die bloedende stapel vlees en huid duwt, dan gaat die stapel niet blaffen. Omdat de hond dood is. Avocado’s daarentegen, gaan nooit dood. Avocado’s blijven doorleven in je maag.
De naam avocado komt overigens van het Nahuatl woord ahuacatl, dat ook ‘teelbal’ betekent. Doe met die kennis wat u wilt. Maar neem het mee. Vergeet het niet.

Niemand heeft me ooit uit kunnen leggen wat er lekker is aan avocado. ‘Ja,’ zegt men dan, ‘het is heerlijk met balsamicoazijn, of met zalm en ei!’. Dat zal best. Het schijnt ook verrukkelijk te zijn als je het serveert met kreeftensaus, entrecote en een fles goeie champagne, terwijl iemand briefjes van vijftig over je uitstrooit. Want de avocado is lekker neutraal. Net als kipfilet. Godsgruwelijk saai, maar als je het begraaft onder saus, gegrilde groente en uitgebakken spek is het smullen geblazen!

Ik weet niet wat het is; waarom ik niet alleen de avocado zelf verafschuw maar ook woedend word als andere mensen het eten. Dat zal dan mijn eigen zwakte wel weer wezen. Of misschien komt het door mijn ouders. Mijn broertje, mijn zusje en ik hielden vroeger van gekke stemmetjes. Dit dreef mijn ouders tot waanzin en dus voerden ze een straf in: voor elk gek stemmetje moesten we een halve avocado eten. Vandaag de dag proef ik die zeurderige, zijige smaak nog, elke keer als ik een tekenfilmfiguurtje nadoe omdat mijn vriendin dat leuk vindt. Tussen mij en de avocado komt het niet meer goed. Dat avocadorestaurant wordt mijn persoonlijke hel en de weg er naartoe zal geplaveid zijn met die glibberige, groene smurrie. De obers hebben er allemaal gekke stemmetjes, waarmee ze zullen zeggen: “Avocado is héérlijk met balsamicoazijn en een snufje zout!” En als je er maar vaak genoeg eet verandert je hart in een avocadopit, en zul je voor eeuwig leven, als onderdeel van een lekker neutraal smakend zombieleger.
Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb.