Badkamer >> column uit de oude doos

door Lucas de Waard

‘Jullie hebben een typische mannenbadkamer.’ zegt vriendin P.
Een mannenbadkamer. Ik heb wel een vermoeden wat dat betekent, maar voor de zekerheid vraag ik het toch even.
‘Hij is vies.’ vindt vriendin P. Vriendin I, naast haar op de zitzak, knikt. ‘Heel vies.’
Ik haal mijn schouders op. Onzin. Zo vies is ‘ie niet. Huisgenoot C heeft hem pas nog, een maand of twee geleden, een keertje gepoetst. Niks aan het handje. Prima badkamer.
Dat is natuurlijk ontzettend niet waar, en dat weet ik ook. Onze badkamer is een soort betegelde tombe waar een zompig doucheputje, verloren lichaamsbeharing en klamme douchegordijnen de dienst uitmaken. Het is een klein, damperig hokje waar twee kerels in de bloei van hun bedenkelijke leven dagelijks het veel te lange weekend van zich afspoelen. En dat is vies.
Voorts heeft vriendin P een redelijk goed punt door te stellen dat dit typerend is voor mannenbadkamers. Niet omdat mannen smeriger zijn dan vrouwen. Integendeel. Vrouwen zijn smeerkezen pur sang, alleen leren ze op vroege leeftijd hoe ze de schade zo beperkt mogelijk houden. Alles wat ook maar een beetje bevuild is wordt direct een grondige schrobbeurt gegeven, en eventueel bewijsmateriaal weggegooid of door de gootsteen getrokken. Als die dan verstopt raakt komen wij pas weer in beeld. Reuze handig.
Wij mannen zijn daar minder goed in. Wij zien details over het hoofd. Wij zien: Badkamer. Handdoek. Douche. Her en der wat vlekjes, maar niks om je zorgen over te maken. Vrouwen zien beestjes en ingetrokken vocht. Wij niet. Wij zien het grotere plaatje, en kijken vooral niet van dichtbij.
Zo komt het, dat toen ik vanmorgen bewapend met een schuurspons de tegelvloer en WC te lijf ging, ik voor een aantal onaangename verrassingen kwam te staan. Spetters, om te beginnen. Spetters zijn klein. Die zie je niet, tenzij je op zoek gaat. Ik ben een man, en ga dus niet op zoek, maar als je grote schoonmaak houdt dan moet je wel. Spetters zijn onaangename dingen. Ze drogen op en krijgen een gek kleurtje, waardoor je niet meer weet wat het was. Dat is akelig, want je geest gaat in dat soort gevallen al snel uit van het worst case scenario. Waar komen de spetters vandaan? Uit wat voor lijf? En waarom zitten ze anderhalve meter hoog? Vrouwen zien dat soort narigheden gelijk, en maken er korte metten mee. Mannen niet. Mannen staan week in week uit onder de douche glazig voor zich uit te koekeloeren, terwijl om hen heen de pollen mos uit de muur schieten. Niks aan het handje. Prima badkamer.

Schoonmaken is vervelend. Helemaal als je het hebt uitgesteld. Vriendin P had gelijk, maar ik nam haar de opmerking toch kwalijk. Want nu zag ik het ook, die vunzigheid, en dan moet ik er ineens iets mee. Goddank is er Cillit Bang. U kent het vast, van die onuitstaanbare reclame met die nagesynchroniseerde lulhannes, maar ik kan u geheel belangeloos verklappen: het is prachtspul. Waar het van gemaakt wordt moet u vooral niet willen weten, maar ik vermoed dat het regime van Sadam Hoessein aanvankelijk van plan was er Koerden mee uit te roeien. Via omwegen is het vervolgens bij een of andere commerciële slimpieper terecht gekomen, en die heeft het in een roze flesje gegoten en op de markt geslingerd. Maar laat de verpakking u niks wijsmaken: Cillit Bang is schoonmaakspul voor mannen. Cillit Bang verwijdert het vuil niet, maar vermoordt het. Cillit Bang is de Chuck Norris onder de schoonmaakartikelen. En zo kan het dus, dat onze badkamer sinds deze ochtend blinkend schoon is, maar toch een echte mannenbadkamer blijft.