Christina

door Lucas de Waard

De tand des tijds is een wrede keukenmeester. Elk jaar timmert hij met sardonische pret weer wat bastionnetjes van mijn jeugd in elkaar. Heilige herinneringen worden verkruimeld en teniet gedaan door het onbarmhartige heden, en als volwassen man moet je dat allemaal maar gewoon accepteren. Ook dit jaar is het weer prijs. Zo bleek de zanger van Lostpophets een seksmaniak met een voorkeur voor minderjarigen en boerderijdieren,  verdrong Tatjana alle beelden van vroeger met nieuwe naaktfoto’s en heeft Christina Aguilera een dikke reet gekregen.

Nu zou dat laatste natuurlijk niet direct iets mogen zijn waar een mens van over zijn theewater raakt. Een vrouw heeft het volste recht een dikke reet te krijgen als ze daar zin in heeft. Net zoals een man een bierpens en kalende kruin mag ontwikkelen zonder dat men hem daar al te veel mee lastig valt. Hulde voor al wie het kan vermijden, maar laten we elkaar geen mietje noemen: bolle buikjes en dikke derrières horen een beetje bij het leven.
Maar er zijn uitzonderingen, en daaronder valt Christina Aguilera.
Christina heeft een speciaal plekje in mijn hart. Ik zou zelfs durven beweren dat Christina een man van mij gemaakt heeft. Van mij en van vele andere dolende tienerzielen.
Ik was 17 toen Christina met het nummer ‘Dirrty’ op de proppen kwam en de bijbehorende videoclip was elke heteroseksuele puberjongen te machtig. Tuurlijk, er was op MTV al de nodige vunzigheid voorbij gekomen; ‘Smack my bitch up’ van The Prodigy, ‘The thong song’ van Sisqó – waar is die fluim gebleven? –  en in ‘Pink’ van Aerosmith was een tepel te zien. Maar om Christina, een tot op dat moment vroom tienersterretje, in een stoeipakje door een boksring te zien kronkelen, dat kon een wankelmoedige jongensziel niet zomaar één-twee-drie verwerken.
Door mijn tienerjaren heen heb ik twee keer verlamd en met open mond naar de TV  zitten staren. De eerste keer was toen ik live de tweede Twin Tower zag instorten, maar niet lang daarna volgde ‘Dirrty’. De seconden tikten voorbij als waren het minuten, Christina kweelde ‘I like that’ en beklauterde ingeoliede negers, en ik dacht dat het leven nooit meer hetzelfde zou zijn. Daar had ik gelijk in.
Ik werkte destijds in een distributiecentrum voor supermarkten waar dat nummer de godganse dag voorbij kwam op de radio. Ik moest dan soms tien minuten lang wachten voordat ik van mijn karretje af durfde te komen om de volgende order in te laden. Het was daar en toen dat het besef tot mij doordrong dat ik niet veel meer was dan een dommige marionet van mijn eigen man-zijn. Een malloot met te grote broeken, groen haar en schreeuwerige T-shirts, die desondanks geen haar beter was dan zijn seksegenoten. Van zelfverklaarde ondoorgrondelijke denker naar aardse man met geen enkel verweer tegen zoiets als een paar lange benen, en dat allemaal door die dekselse Christina.
En nu is ze “verleden”. Christina is een vrouw van vlees en bloed gebleken. Een vrouw met angsten, verlangens en dikke billen. Je zult zien dat ze nog poept ook.

Ouder worden is een wreed proces en geen herinnering is veilig. Ik hou mijn hart vast, en mijn heugenissen aan Jurassic Park, Korn, Jennifer Lopez en bolognese-chips dicht bij mijn hart. God weet wanneer ze aan de beurt zijn.