De handjes uit de mouwen

door Lucas de Waard

Er werd al een week reikhalzend naar uitgekeken, en we zijn niet teleurgesteld: vandaag is de welvaart weer eens ten grave gedragen. Het is namelijk Prinsjesdag.
Dat klinkt als een kinderfeestje, of onbeperkt pannenkoeken eten bij het Land van Ooit, maar in feite is het gewoon een – steevast verregende – kulceremonie waarbij de regering ons ten overvloede laat weten dat komend jaar weer een grote bak ellende belooft te worden. Voor wie er nog aan twijfelde. Voormalig premier Balkenende sprak ooit ‘Na het zuur komt het zoet’, en alsof Murphy (met zijn vervelende schijtwet) zat mee te luisteren, ging sindsdien alles mis wat er maar mis kon gaan. Prinsjesdag… Ze houden het niet voor niets op een dinsdag. Daar was toch al niks leuks aan.

Ach, de slecht-nieuws-verhalen. Zinnen als ‘de broekriem moet aangetrokken’, of ‘we gaan het allemaal voelen’. Heimelijk zijn wij Nederlanders er gek op. Lekker afzien. Lekker terug naar sober, naar de-boel-de-boel. Op je tandvlees naar vijf uur toe werken, en dan horen dat je nog een uur door moet. Onbetaald. Stiekem kan die hele klere-werkweek ons niet lang genoeg duren. Brood op de plank, pils in de koelkast, en het vrouwtje dankbaar smachtend tussen de klamme lappen; zo zien we het hier graag. Weg met al die artistieke klets, met die fondsjes hier en subsidietjes daar en initiatieven “in de wijk”. Gewoon scheldend en tierend om zeven uur je nest uit, heel de dag ploeteren tot het je grauw voor de ogen ziet en dan als de sodemieter naar huis om het grootste stuk van de rookworst op te eisen. De Unox-maatschappij in volle glorie.
De handjes uit de mouwen steken; de schouders eronder zetten; werk gaat voor het meisje; wij Hollanders grossieren in spreekwoorden die oproepen tot ijver, afzien en onthouding. Dat krijg je er met geen karwats of deegroller uitgeslagen. In dit land wantrouwen we van nature iedereen die niet krom loopt van de spit, stoflongen heeft of met ingegroeide hompen teer in zijn handpalmen naar de koningin staat te zwaaien. En deze Prinsjesdag brengt ons terug bij de kern van ons delfsblauwe wezen. Het leven is geen lolletje, en wee hen die er wel zo over denken! Voor de echte Hollander is dat de pure winst van het huidig tijdsgewricht: de “levensgenieter” is weer gewoon een ouderwetse lapzwans. Bourgondië ligt in de zon. Wij leven onder de rook van onze fabrieken. En door onze koningin in een gouden koets door de straten te jagen worden de verhoudingen ouderwets duidelijk. Zij zijn rijk en wij niet. En waarom zouden we ook? Geld maakt niet gelukkig, een mens moet werken voor de brok en de rok, en ledigheid is des duivels oorkussen, pot-jan-drie-tieneurocentmuntjes!

Dus terwijl Beatrix tegen haar zin de bedrieglijke zwammonoloog voorleest over ‘dat iederéén erop achteruit gaat’, en terwijl Mark Rutte en Geert Wilders met hun plechtigste gezicht nog niet kunnen verhullen wat ze werkelijk denken (‘Lang leve het oude geld!’, ‘Al dat artistieke tuig eindelijk de afgrond in!’), slaakt Nederland een stiekeme zucht van verlichting. Er zal verontwaardigd gemord worden. Men zal woede veinzen, wanhoop en angst. Maar uiteindelijk zal het gevoel van thuiskomen regeren. In Nederland zijn pannenkoeken niet onbeperkt.
Zoiets bestaat hier niet.