Doodsbedreiging

door Lucas de Waard

NRC journaliste Jannetje Koelewijn wordt met de dood bedreigd. Ze heeft wat onjuistheden over de medische toestand van Prins Friso opgeschreven, en nu zijn er mensen die haar hoofd op een stok willen prikken.
Om te beginnen vind ik dat je iemand die Jannetje heet eigenlijk met goed fatsoen niet met de dood kunt bedreigen. Een Geert, á la, een Job, prima, maar de Jannetjes, Dieuwertjes en Wietekes van deze wereld laat je met rust. Ten tweede vind ik dat Jannetje zich niet zo druk moet maken.

Doodsbedreigingen anno nu zijn, als je ’t mij vraagt, eigenlijk vooral aandoenlijk. Een beetje publiek figuur krijgt er elke dag wel één of twee in de bus. Dat is lekker opstaan. Kop koffie, Zeeuwse bolus, krantje en een paar gepeperde doodsbedreigingen die je rustig door kunt nemen tijdens het kakken. Ze horen erbij, bij het leven in 2012, net als dom gemekker op internetfora en lelijke wijven in de Playboy.
Ik heb ook het vermoeden dat het altijd dezelfde personen zijn die ze uiten. Die dingen komen niet van mensen met daadwerkelijke plannen of überhaupt het gestel om iemand de strot af te snijden. Nee, ik denk dat het om een kleine groep Nederlanders gaat, die elke week wel zo’n brief versturen. Gewoon, bij ieder nieuwsbericht dat ze lezen waar ze een lichte verontwaardiging bij voelen: hop, een doodsbedreiginkje op de bus, dan voel je je meteen een stuk beter. Geert Wilders lanceert een Polensite? Sterf! Iris Kroes wint The Voice of Holland? Sterf! Bert van Marwijk vertikt het om Huntelaar in spits te zetten? Sterf, Bert, sterf de grafpokke-dood!
Ze doen het, gewoon omdat het kan. Omdat ze ervan opkikkeren, en omdat ze er inmiddels achter zijn dat blèren op een nieuwsforum niets teweeg brengt. Hooguit een paar minnetjes, en minnetjes doen geen zeer.
Ik denk ook niet dat het in de kern kwaadaardige mensen zijn. Het zou mij niks verbazen als ze die brieven gewoon beginnen met een nette aanhef.
‘Geachte heer Roemer, morgen kom ik naar uw huis, trap ik uw deur in, trek ik uw strottenhoofd eruit en steek ik uw hondje in de fik. Met vriendelijke groet, Anoniempje.’ Zoiets. Of:
‘Lieve Jolande, die hele Kunduz-missie is al met al toch niet zo geslaagd hè? Weet u wat, ik wip straks even langs, dan zal ik u eens kennis laten maken met mijn pneumatische hamer.’
Kijk, van dat soort zaken moet je niet wakker liggen. Het is allemaal zo kwaad niet bedoeld. Sterker, het is eigenlijk een reuze waardevolle win-win-situatie. De bedreiger heeft zijn hart weer eventjes getocht, en de bedreigde weet weer dat hij ertoe doet. Kop koffie leegdrinken, bips afvegen en door met waar je mee bezig was. Geen centje pijn.

Jannetje moet zich niet dik maken. De soep is beslist niet zo heet als ‘ie opgediend wordt. Wees blij dat je soep krijgt, denk ik dan. Jannetje is nieuws. Jannetje is hot. En dat allemaal dankzij die schatten van doodsbedreigers.
Bij deze stel ik voor dat we vanaf nu allemaal ons steentje bijdragen. Iederéén heeft recht op zo nu en dan een doodsbedreiging. Het is goed voor je carrière, je stoelgang én je relativeringsvermogen. Laat ik het goede voorbeeld geven.

Beste Henny Huisman,
morgen valt er een servieskast op je hoofd.
Lul.
Vriendelijke groet,
Lucas