Egyptenaar

door Lucas de Waard

Er rijdt een Egyptenaar door de tuin. De tuin, zo breed en diep als een voetbalveld, ligt in Laren, achter het huis waarop ik deze fletse zomerweken passen moet. Het rijden doet de man op een rood grasmaaierwagentje. Mooie cirkels beschrijft hij, om de geclusterde rododendrons en andere flora heen. Zijn land staat al weken in de fik, maar hij is niet daar. Hij is hier, en hier is er sprake van lang gras dat kort moet. Hij kijkt moeiteloos tegen de zon in, geen centje pijn, en stuurt achteloos met één hand. Deze man hoef je niets over grasmaaierwagentjes te vertellen. Grasmaaierwagentjes zijn hoe hij rolt.

Ik zit aan het zwembad, schrijf, en kijk naar hem. Ik voel me een lui zwijn met mijn laptop en mijn voeten in het water. Zinloze stukjes schrijven, dat kan iedereen, maar met engelengeduld en nonchalante precisie een enorme tuin maaien zonder ook maar een madeliefje te laten sneuvelen; dat doen weinig mensen de Egyptenaar na. Ik wed dat hij het ook geblinddoekt kan, maar ik ga het niet voorstellen. Dat zou een raar verzoek zijn.

Eigenlijk weet ik helemaal niet of de man een Egyptenaar is. Hij kan uit eender welk land komen dat een beetje in de buurt van de evenaar ligt. Algerije, bijvoorbeeld, maar van dat land weet ik niks. Tunesië, zou ook kunnen, of zelfs Jordanië voor mijn part. Maar een Egyptenaar op een rooie grasmaaier; op de een of andere manier vind ik dat een ontroerend concept. In mijn hoofd hebben ze in Egypte geen gras. Pleinen en zand, dat hebben ze. Het geeft maar weer eens aan dat je met dat wereldbeeld van mij geen oorlogen wint, maar aan sommige dingen moet je niet morrelen.

Straks, als de man klaar is, ga ik vragen waar hij vandaan komt. En of hij hier naartoe is gekomen omdat hij in zijn vaderland niks meer te maaien had. En dan zal hij me – gok ik – vriendelijk aankijken en meewarig zijn hoofd schudden om die sullige schrijfmans in zijn zwembroek, met zijn domme vragen. En gelijk heeft hij. Wie ooit op zo’n grasmaaiertje door een tuin heeft getuft, opgaand in de contemplatieve bezigheid van mooie rechte banen of juiste ronde cirkels maaien, weet vanaf dan dat heel veel vragen zinloos zijn.
Ik ben jaloers op de Egyptenaar. Ook als hij niet uit Egypte komt.