Gratis smurf

door Lucas de Waard

Het is vierendertig graden en het zweet gutst in onappetijtelijke hoeveelheden van mijn rug. Ik vraag me af of ik stink. Doorgaans interesseert me dat op maandag geen lor, maar ik sta te pinnen bij mijn lievelings-kassameisje en dan wil je een beetje goed voor de dag komen. Zo vaak zien we elkaar niet.

Elke heteroseksuele man heeft een lievelings-kassameisje. Wie weet hebben homoseksuele mannen dat ook wel, gewoon voor de gezelligheid, daar weet ik dan weer niets vanaf. Mijn lievelings-kassameisje heet Laura. Ze is klein, donkerblond en heeft joekels van ogen die altijd net iets te lang in de mijne blijven hangen als ik mijn tas vol spaghetti, afbakbrood en wijn sta te laden. Dan vraagt ze of ik een bonnetje wil en denk ik: Gekke Laura, natuurlijk hoef ik geen bonnetje, dat weet jij best.
Ik vertel mezelf dat Laura haar zwoele oogopslag exclusief voor mij bewaart. Waarschijnlijk is dat niet waar. Waarschijnlijk vindt ze me een enorme dweil, gesteld dat ze me überhaupt herkent als ik haar loopband weer eens vol gooi met mondkost. Maar zo moet je niet denken, vind ik. Hoop doet leven.
Als ik langs Laura ga hou ik rekening met de samenstelling van mijn boodschappen. Op dagen dat ik wc-papier koop neem ik een andere kassa. Daar veeg je immers je mee reet af en Laura hoeft niet te weten dat ik dat doe met extra stevig, grijs toiletpapier.
Er zijn al een tijdje geen speeltjes, stickers of andere plastieken kul die je bij vijftien euro aan boodschappen aangeboden krijgt. Ik vind dat jammer. Het wel of niet aannemen van zo’n zinloos rommeltje is altijd een momentje tussen mij en Laura. Laura vraagt of ik er een wil, ik twijfel en zeg dan uiteindelijk ja, ‘Ja, doe mij maar zo’n smurf, Laura’, en dan lachen we. Wij hebben weinig nodig, Laura en ik. Een gratis smurf is genoeg.

Het pinnen is voltooid en ik begin mijn boodschappen in te pakken. Laura vraagt of ik de bon wil en ik zeg vrolijk van nee. Ze frommelt het papiertje stralend op en gooit het weg terwijl ze me ‘een fijne dag verder’ wenst. Achter mij begint een jongen zijn boodschappen uit te laden. Hij glimlacht naar Laura terwijl hij de artikelen uit zijn mandje overhevelt naar de lopende band. Er zit wc-papier bij. De stakker.

De naam van Laura het kassameisje is om privacy redenen gefingeerd. Eigenlijk heet ze Jessy.