Herfsttafel

door Lucas de Waard

Ik stond net op het punt te beginnen aan een stukje over Fleur Agema – u weet wel, die tot diep in het hart verkilde PVV-troela – toen ik naar buiten keek, en alles veranderde. Regen. Wind. Bladeren. Een over de stoep ronddansend paraplu-skelet. Weg Fleur. Ineens kon ik nog maar aan één ding denken.
Een herfsttafel.

Voor de leek zal ik dat even toelichten. Dit knusse stukje folklore is immers een beetje in de vergetelheid geraakt, net als postelein en ministek. De herinnering aan de herfsttafel stamt uit mijn kleuterklasjaren, toen ik nog een kleine paniekzaaier met felgekleurde truien en rooie gymschoentjes was. Het principe is even stompzinnig als sfeervol. Je stuurt een roedel kinderen erop uit en laat ze gevallen bladeren, kastanjes, eikels en stokjes verzamelen. Of je doet het zelf, omdat je geen kinderen hebt en die van anderen niet mag lenen. De verzamelde sierraden der natuur arrangeer je leuk op een leeggeruimde tafel of lessenaar, je prikt er wat paddenstoelen in en voilà: een educatief eerbetoon aan het verscheiden der seizoenen. Kleurrijk én leerzaam. Thuis kon je het ook doen, samen met je moeder, werd ons op het hart gedrukt, want op basisschool de Canisius was het eind jaren tachtig nog volstrekt vanzelfsprekend dat vader elke ochtend strontchagrijnig in driedelig pak kantoorwaarts ging, terwijl moeder thuis zingend de ramen lapte en stofdoeken borduurde met de kinderen.
Bij ons thuis lagen de verhoudingen anders, als er al sprake was van verhoudingen. Mijn moeder was kunstschilderes. Ze had nog nooit een stofdoek geborduurd, stapte door het leven in kapotte spijkerbroeken en haar schilderijen leken  voorportalen naar een dimensie waar het niet pluis was. Voor een kind, althans. Mijn vader componeerde en was precies vijftig procent van een cabaret duo. Wie de ramen lapte zou ik bij god niet weten, en niemand ging mokkend naar zijn werk.
Van herfsttafels was bij ons thuis geen sprake. Mijn moeder zag geen heil in een mooi meubelstuk vol lazeren met dampende compost en daar dan twee weken naar gaan zitten kijken. En het moet gezegd, de ruftlucht bij ons in de kleuterklas begon ook al gauw het leer-plezier te overstemmen. Om van de spinnen maar te zwijgen.
Maar voor een kleuter maakt dat niet uit. Een kleuter wil dat het bij hem thuis precies hetzelfde is als bij zijn vriendjes. De moeder van Maurice maakte samen met haar zoon een herfsttafel. Waarom deed de mijne dat niet met mij? Míjn moeders standaard remedie tegen verveling (of misselijkheid, of verdriet) was een mooie tekening maken. Met terugwerkende kracht geef ik haar trouwens groot gelijk. Kleurpotloden en papier, of de hele woonkamer vol met ontbindende turf; de keuze is gauw gemaakt. Maar kleuters maken niet graag een mooie tekening. Zeker niet met potloden.

Ach, de herfsttafel. Wie er ooit een in z’n woonkamer heeft gezet weet hoe volstrekt zinloos die berg smurrie staat te wezen. En toch begrijp ik de didactische en emotionele waarde volkomen. Neem vandaag. Ik kijk naar buiten, constateer dat de herfst haar armen om Nederland heeft heengeslagen en mijn eerste gedachte gaat niet uit naar duisternis, of naar slechte gedichten en sterke drank, maar naar een knoestig oudhollands traditietje, ontroerend in zijn eigen smotsige stupiditeit. Met je emmertje op zoek naar paddenstoeltjes, rondbanjerend op je nieuwe laarsjes, en daarna chocomel uit een pakje. De herfst is misschien regenachtig, maar ook best knus. Net als postelein en ministek. Dat wilde ik maar even zeggen.
O, en wat is die Fleur Agema trouwens een verbitterde, seksloze leverworst met haar.