Huize Pijpwater

door Lucas de Waard

Soms word je onvrijwillig ineens een paar jaar terug in de tijd gedonderd. Je prijzenswaardige ontwikkeling tot groot mens ten spijt bevind je je ineens weer in een levensgewricht dat je dacht achtergelaten te hebben in dat armzalige verleden van je. Jammer voor jou, maar het leven is geen alfabet. Soms kom je na de J ineens die verdomde D weer tegen. Niks aan te doen.
Omdat mijn geliefde het gepresteerd heeft uit een wereldzee van mogelijke studies er een uit te kiezen die huist in Enschede, werd ik recentelijk terugverwezen van mijn administratie-werkzaamheden naar een heuse kamersite. Nu word ik graag afgeleid van mijn administratie, maar dat was ditmaal, zo bleek, alleen maar omdat ik vergeten ben hoe afschuwelijk het universum van de kamerverhuur in elkaar steekt.
In mijn herinnering willen huisgenoten graag in alle rust en vrede langs elkaar heen wonen. Een afgemat ‘hoi’ in de wandelgangen, af en toe samen een Knorr wereldgerechtje wegwerken en voor de rest elkaar niet al te veel lastig vallen, want iedereen heeft een kater. Dit is, zo bleek al rap, niet waar. Huisgenoten anno nu willen, en ik quote, ‘graag wat met elkaar ondernemen. Van ‘s ochtends vroeg ontbijten tot ‘s avonds in de kroeg, we weten er altijd iets moois van te maken.’
Aldus studentenhuis SCUD. Op de bijbehorende foto hangen vier doorvoede jongens uit een open raam, hun spekkige lijven in een maatpak gepropt, met een meter pils in de hand. ‘Er altijd iets moois van maken’ met een meter pils erbij. Zo kan ik het ook.
Maar Huize Heilige Hubertus maakt het nog bonter: ‘Iedere Hubertaan heeft een actief bestaan in de Enschedese studentenwereld en er heerst een hecht Huisleven. Zo koken en eten we bijvoorbeeld elke dag samen, drinken we regelmatig een Huisborrel, gaan we naar de bios of rijden we samen naar de universiteit in onze Huisauto om te studeren en te sporten. Benieuwd of Hubertus wat voor jou is?’
Nee, Hubertus. Niet in het minst. En evenmin wens ik mijn vriendin over te laten aan de grillen van Huize Pijpwater: ‘Een ontzettend tof huis met 3 mannen en 3 vrouwen en voorzien van alle gemakken. Zoals een gokautomaat, sjoelstenen, karaoke set en een dakterras! Daarnaast eten we vaak samen, en hebben we regelmatig een huisuitje.’
De bewoners van huize Pijpwater houden van elkaar, en van ludiek, getuige de foto waarop ze gezamenlijk poseren in identieke outfit met zebra-print. Horror-visioenen verdringen elkaar. Mijn geliefde, mijn raison d’être, gehuld in een zebra-pakje, drie pils in elke hand, in een klam verenigingskrocht alwaar tongen verboden is maar beffen gewoon mag. Het wordt mij spontaan kil te moede. Ik en mijn geheugen begrijpen er niks meer van.
Waar zijn de knusse ieder-voor-zich-studentenhuisjes? De heerlijk autistische bolwerkjes van vier of vijf tot elkaar veroordeelde  mensenhaters?
Of wordt mijn vrees bewaarheid, en hebben die nooit bestaan?
‘Je zou jezelf moeten horen’, zei een kennis van me bestraffend, nadat ik hem via de sociale media deelgenoot had gemaakt van mijn helletocht door het voorgeborchte van de kamerverhuur. ‘Nog geen dertig en nu al een zure pruim’.
Stilletjes trok ik mij terug, met mijn administratie. Het alfabet van mijn leven lag als een omgevallen pak lettervermicelli door elkaar. Vragen als ‘Waarom huize Pijpwater?’, ‘Wat moet je met sjoelstenen zonder bak?’ en ‘Hoezo behoren een gokautomaat en karaoke set tot dagelijkse gemakken?’ buitelden over elkaar heen. Maar ik deed er het zwijgen toe.
Vanavond ga ik een metertje pils bestellen.