Jeremy

door Lucas de Waard

De ophaalbrug staat al vijf minuten open en even zo lang sta ik de tijd te doden met het schoon peuteren van mijn nagels. Het meisje voor me draagt een zwarte string onder een heel dun wit broekje. Daar zit vast een idee achter.
‘Kutbrug’, hoor ik.
Naast me staat een lijvige vrouw in zomerkleding als een soort arc de triomf van vlees over haar scooter heen. Ze staart chagrijnig naar de voorbij tuffende schepen, in de startblokken om god weet waarheen te scheuren zodra de kutbrug weer naar beneden is. Achterop de scooter zit een jongetje. Hij heeft een gele fles schoonmaakmiddel vast. Van dat spul dat nog geen twee euro kost en heel effectief is, maar je moet geen vragen stellen. Waarschijnlijk wordt het spotgoedkoop met containers tegelijk ingevaren vanuit een of andere dictatuur die er bij gebrek aan genocides vanaf moet. Het jochie interesseert het niet waar of dat het spul vandaan komt, hij probeert de fles open te krijgen. Doortastend wrikt hij de dop heen en weer. Zijn tong steekt een beetje uit zijn mond en hij blikt monomaan uit zijn oogjes. Kwestie van tijd voor hij het kindveilige systeem gekraakt heeft en het op een kloekmoedig drinken kan zetten.
‘Mevrouw, uw kind is die fles aan het open maken’, waarschuw ik.
‘Jeremy, kappen!’ brult de vrouw zonder om te kijken. Jeremy kapt niet. Hij zal me daar belazerd wezen; hij is er bijna! Bovendien, zijn moeder wekt vooralsnog de indruk álles op een soort woedende schreeuwtoon te zeggen, dus hoe moet arme Jeremy nu weten wanneer het menens is? Ik vraag me af of ik het nog een keer moet zeggen. Of ik Jeremy erbij moet lappen, terwijl zijn moeder pislink van ongeduld staat te wachten tot ze naar huis kan jakkeren om het op een ziedend schoonmaken te zetten. De laatste boot die voorbij komt heet Patricia. De brug zakt en ik kijk naar Jeremy, die onverminderd ambitieus aan de dop morrelt. Zijn moeder start ondertussen haar scooter. ‘Hou je vast Jeremy!’ roept ze. Jeremy houdt zich niet vast. Niet eens een klein beetje. Jeremy, zo is mij inmiddels duidelijk, wil dood.
Met een doffe klap sluit de brug en de slagbomen jengelen omhoog. De scooter zet zich in beweging, evenals het meisje in het witte broekje en alle andere mensen die zo nodig naar de overkant willen. Het moment is voorbij. Ook vandaag heb ik weer niemands leven gered.