KOP

door Lucas de Waard

Deze column werd geschreven in opdracht van het Zuidelijk Toneel
in het kader van de voorstelling ‘Waakhonden’ 

 

De journalist kijkt uit het raam. Het regent. Misschien komt het doordat hij net melancholieke jazz heeft opgezet. Hij sluit het niet uit. De winkelstraat onder zijn raam is nagenoeg verlaten, koopavond ten spijt. Waar is iedereen? Hij ziet een oude vrouw met een tas van de Hema. Ze heeft een plastic regenkapje op en beweegt langzaam. Aan de andere kant van de straat een strontchagrijnig stel dat wel of niet de Rituals binnen gaat, ze zijn er nog niet uit.
De journalist draait zich naar zijn beeldscherm. Een Word-document, helwit, net zo leeg als de straat. Slechts een pesterig knipperende cursor, en de kop: ‘Een Vloedgolf Vluchtelingen!’ De schrale opbrengst van een uur peinzen. Doch, hij allitereert mooi. Spannend is ‘ie ook. Ja, het is een goede kop. Ligt lekker in de mond en dat is veel belangrijker dan de meeste mensen weten.
Hij kijkt weer naar buiten. Er gebeurt daar niets. Niet de gebruikelijke koophysterie, geen dronken studenten die de middagborrel in de avond hebben laten overvloeien, en al helemaal geen vloedgolf vluchtelingen. De journalist wendt zich weer tot zijn scherm. Wist de kop, letter voor letter. Hij krabt aan een korstje op zijn achterhoofd, hoest een keer, en typt dan: ‘Nederlander bang voor wat komen gaat’. Hij staat op, pakt zijn jas van de bank, loopt de trap af naar zijn voordeur en stapt naar buiten, de verregende winkelstraat in. De tegels glimmen. De journalist kijkt om zich heen. Een grijze man in pak komt hem tegemoet, hij houdt hem staande.

‘Pardon meneer. Bent u bang voor wat komen gaat?’

‘Bang?’, herhaalt de man verbaasd. Er parelen druppeltjes op zijn dunne, achterover gekamde haar.

‘Ja, bang. Voor wat komen gaat.’

‘Wat gaat er komen dan?’

De journalist haalt zijn schouders op. ‘Dat weet geen mens.’

‘O’, zegt de man, ‘Nee. Nee, dan ben ik niet bang’, en hij loopt door. De journalist kijkt hem na, zucht en gaat terug zijn huis in. Hij beklimt de trap en gaat weer achter zijn computer zitten. Hij houdt backspace net zo lang ingedrukt tot de woorden verdwenen zijn, krabt nog eens aan het korstje en typt dan: ‘Nederlandse moeders steeds vaker depressief’. Daarna pakt hij de telefoon en belt zijn moeder, waarmee het, in een kort gesprek, bijzonder goed blijkt te gaan. De moed zakt hem in de schoenen.