Lekker nuchter

door Lucas de Waard

Achterhoekers zijn zo lekker nuchter. Dat hoor je wel eens. Ongeveer even vaak als: Amsterdammers zijn zo lekker direct. Of: wat zijn die Friezen toch heerlijk authentiek. We mogen graag benadrukken dat wij als land, ondanks het lullige oppervlak, enorm veel cultuurverschillen kennen. En dat dat ons ontzettend kleurrijk maakt.

Ik heb de achterhoeker Klaas-Jan Huntelaar eens bij 24 uur met… een etmaal lang lekker nuchter zien zitten wezen. Kortweg kwam dat neer op dat Klaas-Jan nergens over wilde praten. Want wat had je daar nou aan? Als het over het Nederlands elftal ging zei Klaas-Jan doodleuk dat hij met het WK in de spits zou staan. Iedereen wist dat dat niet waar was. Robin van Persie ging in de spits spelen, die is namelijk veel beter. Dat wist Klaas-Jan ook best, daarom heeft hij het hele toernooi lang (of kort, het is maar hoe je het bekijkt) lopen zeiken als een uitgehongerde poes. Maar erover praten, dat leek Klaas-Jan maar niks. Even later ging het over zijn dode opa. Ook geen goed gespreksonderwerp, vond Klaas-Jan. ‘Over emoties praten heeft geen zin?’, vroeg interviewer Wilfried de Jong. Nee, schudde Klaas-Jan, terwijl de tranen over zijn wangen biggelden.

Dat lekkere nuchtere van de Achterhoekers betekent in de praktijk gewoon opkroppen. Alles onder het tapijt schuiven en nog een pilsje bestellen. Dat doen we in Brabant ook, alleen hier heet het “Brabantse gezelligheid”. En dat staat dan weer in schril contrast met die lekker directe Amsterdammers. Een ervaring apart is dat, rondlopen in een stad waar niemand de rem op zijn fiets gebruikt – de bel des te vaker – en als je niet op tijd wegspringt een zoetgevooisd ‘Ken je niet uit je kankerdoppen kijkeh?!’ om je oren suist. Mensen reizen er speciaal voor naar onze hoofdstad af. Museumpje bezoeken, blowtje roken en daarna naast het fietspad gaan staan wachten tot iemand je verrot scheldt. Vooral Japanners kunnen er geen genoeg van krijgen.

Ik heb dat gedweep met die lokale cultuuruitwasjes altijd raar gevonden. Vooral omdat de eigenschappen die zo jubelend uitgelicht worden meestal gewoon vervelend zijn. “Authentieke Friezen”: een handjevol Nederlanders dat consequent de kont tegen de krib gooit en hele gekke woordjes gebruikt voor dingen die gewoon een normale naam hebben. Zwaaien met een eigen vlag en bij ieder winters sportevenement benadrukken dat het geen Nederlanders zijn die gewonnen hebben, maar Fríezen.
Die stugge trots wankelde prachtig toen ze hun schaatshal aan Almere kwijtraakten. Je kon de verontwaardiging tot onder de rivieren voelen zinderen. Syb van der Ploeg schreef er een lied over. De woede dampte van zijn vette krullenbos.

In een wereld die steeds moeilijker te begrijpen is maken we dingen graag klein. We zoeken naar etiketjes om onze identiteit te waarborgen. Hoe microscopischer, hoe beter. Typisch Hollands, typisch Brabants, typisch Tilburgs. Dat klinkt namelijk knus. En veilig. Wij Hollanders zijn allemaal hetzelfde en toch ook weer lekker anders.
Ik vind het allemaal best, maar God allemachtig, wat was die 24 uur met Huntelaar sáái!