Ten Onder

door Lucas de Waard

Een column over geluk, in het kader van de tentoonstelling
‘Reinventing Happiness’,
in het Stedelijk Museum te ‘s-Hertogenbosch

‘Geluk, op een dag gaan we er allemaal aan ten onder’, mompelde een man die tegenover me was gaan zitten.
‘Ten onder?’, vroeg ik. Ik zat net vijf seconden, na een tamelijk lijvige lunch met onbegrijpelijke gefrituurde elementen, weer op mijn post en moest even tot mezelf komen. ‘Hoezo ten onder?’

De man kauwde ergens op.

‘We zoeken maar en we zoeken maar en het is nooit genoeg. Dat is wat het is’, zei hij. Hij keek me aan door zijn kleine ronde brilletje en trok een zuinig mondje. Jij ook, leek hij te willen zeggen. Jij bent ook zo’n krampachtige zoeker, zo’n rupsje-nooit-genoeg, met je rare museumblouse. Ik ging rechtop zitten.
‘Dus u zoekt niet meer?’, vroeg ik, want daarvoor was ik er tenslotte. Conversatie. De tentoonstelling Reinventing Happiness ging vandaag (en gisteren, en morgen ook weer) over nieuwe omgangsvormen.
De man schudde zijn hoofd.
‘Er valt niks te vinden’, zei hij, ‘Je kunt zoeken tot je er bij neervalt, maar dit is wat het is. Accepteer dat nou maar’, en hij wees naar me. Ik knikte, begrijpend, maar ik wist niet zeker of ik het wel begreep. Voor de vorm typte ik over wat hij zei. Een schrijver op locatie moet zo nu en dan ook eens wat opschrijven, anders krijg je maar scheve gezichten.
‘En als dit dan dus is wat het is,’ probeerde ik, ‘is dat dan genoeg?’
De man lachte. Hij klonk als een stuk schuurpapier op een onwillige stronk hout.
‘Jij bent nog jong’, trapte hij een wagenwijd openstaande deur in, ‘Je leert het nog wel.’

Ik houd er niet van als ik dingen ‘nog wel leer’. Begin er dan niet over. Eerst mij een beetje lekker maken met de belofte van een levensles en dan als het puntje bij paaltje komt zeggen dat ik er nog niet klaar voor ben. Dat is hetzelfde als een tienjarige de filmtrailer van Jurassic Park laten zien en dan zeggen: ‘Ha! Hij is voor 12 jaar en ouder! Nog twee jaartjes wachten vriend!’

‘Nou, ik ben eigenlijk ontzettend gelukkig’, zei ik tegen de man. Dat was natuurlijk een leugen. Ik ben tevreden, ja, en hoewel soms wat angstig of zoekende mag ik over het algemeen niet mopperen. Maar hartstikke gelukkig; nee. Ik geloof eigenlijk dat geluk een kwestie van seconden is, uitgesprenkeld over het leven als discodip over een softijsje. Iets dat je vindt in de kleinste momenten, nauwelijks waarneembaar met het blote oog.

Een dag eerder, ronddwalend over de tentoonstelling, had ik een man op een tv’tje horen zeggen dat geluk niet iets is wat je moet zoeken. Of het vindt jou, of je moet het zelf maken. En in de gesprekken met mensen die wilden weten wat ik nu precies zat te doen (‘Bent u een boek aan het schrijven?’) kwam eigenlijk steeds hetzelfde naar voren. Niet te moeilijk doen. Niet te bang zijn. Niet te groot dromen. Geluk komt vanzelf. De jaren nemen het voor je mee en anders de lente wel. Verder moet je geluk niet groter maken dan het is, en al helemaal niet belangrijker. Geluk zit in de details, samen met de duivel. Een extra augurkje op je hamburger, een koud glas bier op een windstille dag, een lelijk hondje tijdens een wandeling, een lekker wijf op de hometrainer vóór je. Geluk is banaal, en gelukkig maar.

Maar goed, dat zei ik dus allemaal niet, ik zei: ‘Nou, ik ben eigenlijk ontzettend gelukkig’.
‘Fijn voor jou’, doorzag de zuurpruim mijn waardeloze verweer, en hij stond op. Zijn stoel liet hij onaangenaam over de vloer schrapen, ongetwijfeld expres. Hij keek me aan. ‘Maar het is wel een interessante tentoonstelling’, zei hij. Ik knikte. Verslagen.

En toen kwam er een meisje voorbij. Ze had rood haar, knappe sproeten en een grijze spijkerbroek aan. De broek zat ontzettend strak. Terwijl ze langs liep keek ik naar haar billen. Twee seconden, misschien drie. Ze waren rond en ze wiegden. Daarna wendde ik mijn blik tot de man, en zag dat hij naar hetzelfde keek. En dat hij, toen hij zijn ogen weer op mij richtte, wist dat hij betrapt was.
We zeiden er niks over. We glimlachten elkaar omzichtig toe en zwegen. We zouden het moment maar verpesten.