Ten Oorlog

door Lucas de Waard

Deze column werd geschreven naar aanleiding van de voorstelling FRONT van NT Gent en live voorgedragen tijdens het Studiocafé van Theaters Tilburg

Dag Mam,

Hopelijk bereikt dit bericht je in goede gezondheid. Ik zal weten wanneer je het ontvangen hebt dankzij de blauwe vinkjes. Maar je hoeft niet meteen terug te appen. Ik weet dat het thuis ook nogal een toestand is (vrolijke smiley).

Gisteren heb ik geprobeerd te skypen maar ik geloof dat we met teveel op het netwerk zaten. De verbinding was ontzettend kut. Sorry daarvoor. Morgen probeer ik het weer.
Vandaag zijn er veel gevechten geweest. Soms wou ik dat we geweren hadden. Dat zou makkelijker zijn. Maar ja. Wij moeten het nu eenmaal zelf doen, hier. Ik heb een fles stukgeslagen en die aan mijn hand getapet. Het zag er best vet uit.

Het is oorlog. Eindelijk. We dachten dat het niet meer bestond.

Ik denk wel eens aan de soldaten op de colablikjes van honderd jaar geleden. Je weet wel, uit de eerste wereldoorlog. Aan die vrolijke gezichten. Vlaggen en vlammen en lekkere wijven. Ze gingen naar het front. Ik weet niet precies waarom ik dat steeds voor me zie.

Mam, het gaat goed met me, we hakken ze in de pan. We dringen ze terug in hun schuilplaatsen of huizen en daar maken we ze af als honden. Ze smeken om hun leven. Maar daar zijn ze mooi te laat mee. Soms hebben we heimwee maar we moeten nu eenmaal doen wat er gedaan moet worden.
Gisteren stierf Barrie. Hij trapte op een mijn, of zoiets. Of het was een autobom. Of een Molotov. We hebben allemaal een memoriam getwitterd, maar de ontvangst is soms slecht hier en er zit een ster in mijn schermpje. (beteuterde smiley).

Het is oorlog. Eindelijk. Jarenlang vraag je je af wanneer het er nou eens van komt en als het dan zover is ben je toch een beetje verrast. Ik bedoel, we zagen het wel aankomen, allicht, iedereen zag het aankomen, hoe kon je dat in hemelsnaam missen? We hebben er zelf voor gekozen. We zijn zelf op pad gegaan. Iedereen. Overal. Hier en in andere landen. Ik denk dat het gewoon zo moest zijn. Dat het na al die woorden tijd was voor daden.

Genoeg is genoeg. Dat zeiden we.

Ik vraag me af wanneer het nou precies begonnen is. Ik bedoel, een oorlog krijgt toch altijd een soort van datum? Zo van: toen en toen, op die en die dag. Dat is handig voor herdenkingen en zo. Maar ik weet het niet meer. Het was er gewoon, ineens. In de straten. Op de pleinen. Soms in huizen.

Ik herinner me hoe kwaad we waren. De hele tijd, eigenlijk. Er was zoveel om woedend op te zijn. En zoveel te vrezen. Op een gegeven moment was de grens bereikt, zo kun je dat wel zeggen, denk ik. De grens was bereikt. We wilden het niet meer. We waren het zat. Bankiers. Vluchtelingen. Politici. Pedofielen. Kunstenaars. Moslims. Russen… Er was teveel dat we niet begrepen, en het kwam steeds dichterbij. Dan moet je op een gegeven moment iets doen. Toch mam? Op een gegeven moment mag het niet bij woorden blijven. Het lijkt wel alsof iedereen dat tegelijkertijd dacht.
Het zat onder onze huid. In onze lijven, tussen het vlees en de organen, dicht bij ons hart, en daar groeide het totdat het sterk genoeg was om naar buiten te barsten.

Er moest iemand winnen. Je kunt niet met zoveel meningen in één wereld willen wonen. Of in één land. Dat gaat niet. Op een gegeven moment moeten er mensen het veld ruimen. Moet er een keuze gemaakt worden. Ja toch? Op een gegeven moment moet je het waarmaken. Je vuisten laten spreken. Niemand gaat over ons zeggen dat we het niet aandurfden. Dat de Facebookgeneratie alleen blafte maar verzuimde te bijten.
Dat al die doodsbedreigingen niets waard waren.
Dat gaat niemand zeggen.
Die soldaten op colablikjes uit begin vorige eeuw hadden er zin in. Ze konden niet wachten. Nou, wij konden ook niet wachten. Er was alleen een lont nodig. Het kruitvat stond al klaar.

Zeg pa maar dat ik hem geen appjes meer stuur. Zijn antwoorden bevallen me niet. Hij zegt dat we onnozelaars zijn. Dat we een oorlog verzonnen hebben, een front uit de grond gestampt, puur omdat we niet meer weten wat doodgaan betekent.

Hij zegt dat geschiedenis zich herhaalt, maar ik durf te beweren dat niks zich meer herhaalt, als wij straks klaar zijn.

Hij zegt dat Pim Fortuyn, Theo van Gogh, de Charlie Hebdo-redactie hier niet voor gestorven zijn. Maar waarvoor zijn ze dan wél gestorven?

Hij zegt dat als de lijken zich straks beginnen op te stapelen, dat we vergeten zullen zijn waar we ook alweer precies om vochten. En dat we dan voetbal zullen spelen tussen de linies, in de hoop dat iemand op een dag besluit dat het voorbij is.

Maar zo werkt het niet. Zo zit de wereld niet in elkaar, en dat weet ik, omdat de wereld van ons is.

We zijn ten oorlog.
Eindelijk dan, mam.

Eindelijk zijn we ten oorlog.