Zweden

door Lucas de Waard

Wij Nederlanders zijn een luid volkje. Dat is geen geheim. Wij zijn het land van GoGo Tours, van meezingfeesten, van fanfares en van in je eentje schreeuwen op een plein vol stille mensen. We staan er in het buitenland bekend om. Daar duwen ze routineus een fleukje watten in hun oren zodra de eerste Nederlandse tourbussen aan de horizon verschijnen.
Gelukkig zijn we ook niet heel origineel, dus voor een beetje rust aan je kop hoef je alleen de voordehand liggende vakantiebestemmingen te mijden. Zodoende belandde ik laatst in Uppsala, Zweden.

Zweden zijn niet lawaaierig. Zweden zijn geluidsdicht verpakte fatsoensrakkers in een land met heel veel bomen. In Zweden hebben ze in de trein een soort dispenser hangen waar je kleine vuilniszakjes vanaf mag trekken. Daar kun je dan je prulletjes in doen. Zweden doen dat braaf. Bij het uitstappen netjes in de prullenbak, geen centje pijn. Bij een Hollander moet je daar niet op rekenen. Die ziet dat ding, trekt er blijmoedig een zakje af, effe opblazen, en PANG!!! Daar dan vervolgens zelf heel hard om lachen en een nieuw zakje pakken, want grappen zijn de tweede keer leuker.
Nee, dan de Zweden.  Een correct en opgeruimd volkje, dat is het. Ze zijn, het moet gezegd, ook een beetje saai, want Zweden vinden het eng om met mensen te praten die ze niet kennen. Dat zijn veruit de meeste mensen, dus wordt er niet veel gekletst aldaar in het straatbeeld.
Zweden staan eigenlijk heel de dag in hermetisch gesloten groepjes voor zich uit te murmelen. Met een plechtig gezicht en ingewikkeld kapsel turen ze een beetje naar elkaars mallotige puntschoentjes, of frunniken ze wat aan de grote houten knopen van hun vilten groene jassen. Zweden houden niet van gekkigheid. Of van spontane gesprekken. Knoop onverwacht een praatje met een vreemde aan in Zweden, en tien tegen één dat hij je een minuut lang in doodsangst aanstaart voor hij zich met een gemompeld smoesje uit de voeten maakt. Ik krijg daar altijd iets opstandigs van. Ik ben van mezelf geen lawaaischopper, maar tussen al die monomane zwijgers krijg ik dan ineens de behoefte om heel hard in zo’n jongen z’n oor te brullen: ‘Kom jij ook altijd op de beste ideeën als je zit te kakken?!!’
Overigens zijn er beslist gelegenheden waarbij de Zweed wat losser wordt, ja vrolijk zelfs. Dat kan eigenlijk op ieder willekeurig moment zijn, zolang er maar gezopen wordt. Zweden verstaan als geen ander de kunst om zichzelf he-le-maal naar de gallemiezen te tanken. Soort drank, merk en of het koud is dat zal de Zweed allemaal een rotzorg wezen. Hop, open die fles, en proosten op de duisternis!
Dronken Zweden zijn nog altijd correct. Weliswaar kotsen ze menig stoeprand onder, maar ruzie schoppen of meisjes lastig vallen daar zal je ze zelden op betrappen. Op spontane knuffels, liefdesverklaringen en houterige dansjes des te meer. Ach, de Zweden. Er is eigenlijk helemaal niks mee aan te vangen, maar je kunt ze onmogelijk echt stom vinden. Ik denk dat ik daarom ook zo vreselijk blij was weer terug in Nederland te zijn. Waar zou ik met mijn ongericht chagrijn heen moeten als er niet overal mensen rond liepen om me kwaad op te maken? Waarschijnlijk zou ik op de meest vreemde momenten gaan lopen schreeuwen.
Of plastic zakjes opblazen. Dat is namelijk ook de derde keer nog leuk.