De Burgeroorlog – deel II

door Lucas de Waard

Hoe het precies begon ben ik vergeten. Had ik al gezegd dat mijn geheugen niet al te best is? Iemand gooide een baksteen tegen mijn hoofd. Misschien heb ik dat al verteld. Afijn, het was al een tijdje mis, in dit land. De lucht trilde boven het asfalt en de mensen hadden wespen in hun hoofd. Er werden dingen geroepen, geschreven; leugens bestonden niet meer en waarheden evenmin. Dat is wat ik nog weet. Er werd gescholden en gedreigd maar niemand ging over tot daden. Tot op een dag iemand dat wel deed. Ik herinner me iets over een columnist, of misschien was het een televisiepresentator, of een vlogger; maar íemand riep op tot actie. Tot een revolte. Dat was al vaker gebeurd; er was al zo dikwijls een lont naar het kruitvat geworpen. Maar deze viel erin. Dat is wat ik me nog herinner. De rest is mistig. Vanwege die baksteen, begrijpt u? En nu woon ik hier. In een huis dat een fort werd, met Najib, en Elske, en dat stel van boven. Volgens mij heten ze Janne en Freek, maar ik kan het mis hebben.

Er klinken harde dreunen buiten. Elske ligt onder tafel en Najib zit tegen de muur op zijn tablet te kijken, koortsig vegend, alsof hij dan ook sneller kan lezen.
‘Wat is er aan de hand?’, jammert Elske. Najib schudt dat hij het niet weet. Ik blijf op mijn stoel zitten.
‘Niks’, zeg ik.
‘Ze schieten!’
Dat is natuurlijk onzin. Vuurwapens klinken anders, scheller. De klappen die nu het gruis van de muren doen komen hebben meer weg van donderslagen. Iemand hier moet het hoofd koel houden. Maar mijn nek plakt en in mijn maag steekt het. Ondanks mijn haperende geheugen zie ik nog voor me hoe ze Julius naar buiten slepen en voor onze ogen doodmeppen. Niets is zeker. Dit land is gebroken.
‘Op twitter hebben ze het over rellen’, zegt Najib. ‘Ze gebruiken pijpbommen.’
Ik wil een grapje maken over befbommen, om de spanning wat weg te nemen, maar er schiet me zo gauw niets te binnen. Najib tikt nerveus op het glas van zijn tablet en kijkt naar het plafond. Hij is doodsbang.

Toen de burgeroorlog uitbrak wist Najib meteen: ik kan nooit meer de deur uit. En hij kreeg gelijk. Er zijn een boel mensen hun leven niet meer zeker daarbuiten: politici, journalisten, linske en rechtse opiniemakers, maar mensen met een Noord-Afrikaans uiterlijk staan bovenaan de lijst. Toen de lont in het kruitvat vloog vlamde de woede via de straten direct richting hun huizen. Ik kan me niet meer precies voor de geest halen waarom. Uiteindelijk kiest haat altijd een specifiek doelwit uit, denk ik, hoe abstract de situatie ook is. Anders kan ‘ie niet weg, de haat. Blijf je er zelf mee zitten, tot het je van binnenuit heeft opgevreten en je gek wordt.

Het jonge stel van boven komt de trap afgerend.
‘Wat is er aan de hand daarbuiten?’, roept zij. Ze heeft een badjas aan en gele slippers. Hij is lijkbleek en lijkt zich een beetje achter haar te verschuilen.
‘We weten het niet, Franny’, antwoordt Elske vanonder de tafel. De jongen gaat op de onderste trede zitten en geeft over.
‘Jaap, gaat het?’, vraagt Najib. Hij komt voorzichtig overeind. Franny en Jaap. Niet meer vergeten.
‘Hij heeft een paniekaanval’, zegt Franny. Ze gaat naast Jaap zitten en aait zijn hoofd. Ze zien er kwetsbaar uit. Als twee diertjes tijdens een onweersbui. Ik fantaseer weleens over ze, als ik eerlijk ben. Ik ben al een behoorlijke tijd alleen en heb geen tablet, zoals Najib, om stiekem porno op te kijken. Gezien mijn leeftijd zou je me een oude viezerik kunnen noemen. Al weet ik niet of die clichés nog gelden, nu de hele wereld naar de tering lijkt te gaan.

Terwijl wij ons een paar maanden geleden verschansten in het huis van Najib en er een fort van maakten, raakte het overzicht in de burgeroorlog al snel zoek. In plaats van twee partijen stonden er tientallen tegenover elkaar. Overal bleken rekeningen open te staan. En in de totale chaos leek iedereen besloten te hebben die rekeningen te vereffenen. Van overheidswege werd algauw het leger ingezet, maar zelfs binnen die gelederen brak de pleuris uit, waardoor ook de staat geen partij bleek. Nederland werd een open wond en niemand die nog wat tegen het bloeden wilde doen.

Er heeft al een paar minuten geen dreun meer geklonken. Jaap heeft zijn ogen gesloten, Franny wiegt hem wat. Misschien slaapt hij.
‘Het is voorbij’, zegt Najib, die bezig is de kots op te vegen.
‘Zijn ze weg?’, vraagt Elske. Ik weet niet precies wie ze met “ze” bedoelt.
Dan wordt er op de deur geklopt. Eerst zacht, dan hard. Dan verandert het in beuken. Jaap opent zijn ogen en Franny vloekt.
‘Openmaken!’ schreeuwt iemand.

[wordt vervolgd]

 

Leuk stukje? Mijn boeken koop je bij de betere boekhandel
(zoals Heinen) of hier.