Bosbessenmuffin

door Lucas de Waard

Deze column werd live voorgedragen tijdens het Brabants Dagblad nieuwscafé
in de Verkadefabriek

‘Bibliotheken zijn een teken van be­schaving. Ze koesteren en bewaren wat is op­gebouwd en zijn een bron van verder denken. De bibliotheek moet terug naar de idealen van de verlichting, maar ook vernieuwen. Zij moet ouderwets en modern tegelijk zijn’.
Deze woorden zijn van Rob Bruijnzeels. Rob is actief voor het Ministerie van Ver­beelding, dat zich bezig houdt met de toe­komst van de bibliotheek.
‘Ouderwets en modern tegelijk’. De bibliotheek in Den Bosch doet alvast haar stinkende best.
Ze moet wel. Bezoekersaantallen dalen sneller dan de marktwaarde van Sylvie Meis en geen hond leent meer boeken.
Dat is de schuld van internet, zoals welbeschouwd vrijwel alle actuele ellende. Illegale downloads, terreurnetwerken, Poolse vrouwen verpatsen; het was allemaal niet mogelijk geweest zonder dat verdomde wereldwijde web. Goed, het heeft ons oneindige toegang tot vieze plaatjes gegeven, en dat is fijn, maar verder maakt het vooral slachtoffers. Zoals de bibliotheken.

En dus is het alle hens aan dek, ook in Den Bosch. Redden wat er te redden valt. Ouderwets en modern tegelijk zijn; inspelen op nostalgie en tegelijkertijd voorzien in zoveel mogelijk hedendaagse behoeften ineen. Mensen zijn namelijk zelden nog met één ding tegelijk bezig. Gewoon langs boekenkasten dwalen, her en der wat uit de kast plukken en er een beetje door bladeren; het is niet meer van nu.
Misschien geldt dat ook voor die idealen van verlichting. Want heeft dat vermaledijde internet er ook niet voort gezorgd dat iedereen zijn eigen verlichting kiezen kan? En dat algemeen geaccepteerd is dat die verlichting zowel in Tolstoj als in GTA 5 gevonden kan worden?

Vernieuwen dus. De bieb moet mee met zijn tijd, de bieb moet van iedereen zijn.
Dus ook van rondrennende kinderen die stripboeken uit elkaar trekken, kralen opvreten en potloden in hun ogen steken.
Of van mensen die de Flair en de Happinezz willen lezen, onder het genot van een bosbessenmuffin, een bägel met onbespoten tuinaarde of een salade met biologische geitenkwark.
Of van schijversgroupies, die thema-avonden organiseren waarop Geert Mak komt vertellen over al die gekke landen waar hij is geweest, of Kluun over legitiem jatwerk, lekkere wijven en Ajax.
En ook is er ruimte voor dat vervloekte internet; dat mag je een uur lang gebruiken voor alles behalve porno, en je kunt er printen. Reuze handig, want we hebben allemaal thuis een eigen printer, maar die is kapot.

Toen ik klein was kon dat allemaal niet. Wel kon je je in de bieb verbergen. Er waren hoekjes waar nooit iemand leek te komen, en kwam er toch iemand dan keek die niet op van een jongetje dat alvast begonnen was aan zijn te huren boek. De bieb was een plek om te verdwijnen.
Tegenwoordig is er een veranderend kleurenpalet van licht, dat elk hoekje en gaatje in een dynamisch schijnsel zet. Heel erg van nu.
En dat is te begrijpen. Nostalgie brengt geen geld in het laatje, en vrijwillig uitsterven is tegennatuurlijk. En dus verlengt de bieb haar leven door met de tijdsgeest mee te hollen. Een multifunctioneel centrum dat aan alle kanten beweging in plaats van stilstand ademt.
En het is juist die stilstand die ik altijd zo prachtig vond. De bieb was een plek die zweeg, die koesterde en bewaarde wat was op­gebouwd.
Roerloze, ondoordringbare muren van literatuur waarvan je de geheimen nooit allemaal kon ontrafelen.
De geheimen van een bosbessenmuffin heb je zo achterhaald.

Sommige dingen zou je moeten kunnen vast nieten in de tijd. Maar dat gaat niet. Wat niet vernieuwt sterft af, en afsterven is – zelfs met waardigheid – geen optie. Dat vind ik wel eens jammer. Want uiteindelijk heeft Rob Bruijnzeels gelijk: ‘Bibliotheken zijn een teken van be­schaving’. Maar ook zijn bibliotheken niet meer van nu. Ouderwets en modern verdragen elkaar moeilijk.

Als het aan mij ligt is dat ook nergens voor nodig.
Maar ja,
het ligt zelden aan mij.