Zevenhonderd miljoen

door Lucas de Waard

Deze column werd live voorgedragen tijdens het Brabants Dagblad nieuwscafé
in de Verkadefabriek

‘We kunnen het niet vaak genoeg zeggen. De gemeente Den Bosch heeft zevenhonderd miljoen verspild! Ze-ven-hon-derd miljoen!
Door de plee getrokken. In de Zuidwillemsvaart gekieperd. Met kruiwagens tegelijk richting allerlei zinloze initiatieven gedragen waar u en ik helemaal niets aan hebben. Een kapotte parkeergarage mee gebouwd. Gratis meegegeven aan museumdirecteuren met zotte plannen en andere charlatans die nu thuis op hun gloednieuwe divan sigaren liggen aan te steken met briefjes van honderd!

En dat terwijl ze dat geld ook gewoon terug hadden kunnen geven aan ons, aan u en mij; hardwerkende, godvrezende burgers! Dan hadden wij de komende jaren tenminste eten en medicijnen kunnen kopen voor onze langzaam wegterende kinderen. Dan hadden we eindelijk de gaten in onze daken kunnen laten repareren, zodat het niet meer de hele tijd naar binnen regent.

Maar nee, burgemeester Rombouts moest zo nodig Sinterklaas gaan lopen spelen met onze pegels, en nu zitten we opgescheept met een uit bladgoud en ivoor opgetrokken muziekcentrum waar drie steenrijke rotkinderen een paar keer per week vioolles krijgen, en voor de rest geen reet gebeurt.
Nu hebben we een museumkwartier waar je zwijgend naar onbegrijpelijke aan de muur gespijkerde voorwerpen kunt staren, en tot overmaat van ramp krijgen we ook nog eens een nieuwe bibliotheek! Een bibliotheek!! Terwijl geen hond meer een boek leest.
Ja, op de e-reader, maar je hebt het toch gezien met dat gedoe rondom Polare? Wat met je dan nog met een bibliotheek!?
En dan schijnt er nog een klap geld over te zijn, nou, daar gaan ze natuurlijk een safaripark van bouwen, of een subtropisch midgetgolf-paradijs!
En wij thuis maar bloembollen vreten en proberen warm te blijven door heel dicht tegen elkaar aan te kruipen. Zevenhonderd miljoen! En dan euro’s hè, geen guldens, nee, dat zou nog schelen als het guldens waren, maar ja, die bestaan niet meer. We moesten namelijk zo nodig Europese eenheid, nou, leg mij eens uit wat Europa ooit voor Den Bosch gedaan heeft!
Het is altijd hetzelfde met die politici. Ze proppen hun eigen zakken vol terwijl wij met zijn veertigen in één kamer moeten slapen waar de ratten aan ons okselhaar knagen!
Zevenhonderd miljoen! Het zou maar weer eens oorlog moeten worden, dan was het meteen afgelopen met dit soort fratsen.’

Het is u vast niet ontgaan: Den Bosch staat op zijn kop, en het land doet mee. De gemeente heeft namelijk, verspreid over twintig jaar, een mazzeltje van zevenhonderd miljoen gehad. En in plaats van dat geld eerlijk te verdelen onder haar inwoners heeft dat geboefte het gewaagd het te investeren. En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling wezen.

Door de crisis heeft geld een hele andere lading gekregen. Van iets dat tegen de plinten klotste tot iets dat we tussen de plinten vandaan moeten peuteren. Hierdoor lijkt een idee te hebben postgevat dat we geld kunnen claimen. En dan met name geld waar de overheid mee werkt.
‘Niet van mijn belastingcenten!’, is een veelgehoorde uitspraak. En die is raar. Er bestaat namelijk niet zoiets als ‘mijn belastingcenten’. Belasting is niet van jou. Je staat het af en vervolgens gebeuren er dingen mee die volgens de overheid het algemene belang dienen. Dat is het hele idee van belasting. Maar dat lijken we massaal vergeten.

Nu er geld is vrijgekomen door de verkoop van aandelen in energiebedrijven voltrekt zich eenzelfde proces: ‘Dat geld is van ons! We zijn al genoeg kwijtgeraakt door die crisis waar wij geen schuld aan hebben! Geef op! Ik heb hier nog drie onbetaalde energierekeningen liggen! Meneer de burgemeester gaat maar mooi van zijn eigen spaargeld een muziekschool lopen vertimmeren!’

Uiteraard is het belangrijk debat te blijven voeren over waar financiële meevallers aan gespendeerd moeten worden. En uiteraard is het in tijden van crisis volstrekt normaal om openheid van zaken te vragen over zoiets. Maar de emotie waardoor het nieuws van de “Essent-miljoenen” nu omgeven wordt is er eentje die ingegeven lijkt door onderbuikgevoelens en angst. De crisis jaagt ons schrik aan, en terecht; de armoedegrens is voor sommigen dichterbij dan ooit. Maar berichtgeving in de trant van: ‘Heel Den Bosch had twintig jaar lang woonbelastingvrij kunnen leven!’ is veel te makkelijk. Het debat zou gebaat zijn bij rust en realiteitszin. Juist in crisistijd moet geld soms rollen. Bij voorkeur niet naar een kapotte parkeergarage, maar evenmin zomaar terug naar onze portemonnee.