Het was een nacht

door Lucas de Waard

Het was een nacht die iets weg had van wakker zijn terwijl je slaapt. Een koortsdroom waarin emoties teveel op elkaar leken om ze goed van elkaar te kunnen onderscheiden. En aan het eind stond ik met pijn in mijn buik te glimlachen.
Misschien kwam het doordat ik net twaalf uur lang een verkiezingsvoorstelling (eentje waarin we live het nieuws in het drama verwerkten) had gespeeld. De trots en de euforie omtrent wat we geflikt hadden verdrong de afschuw een beetje. Of misschien kwam het doordat ik me voor die voorstelling nogal in de materie verdiept had. Hoe dan ook, mijn gevoel bij Trump als de nieuwe president van Amerika was er niet een van louter ontzetting. Tuurlijk, óók ontzetting. Ook walging. Maar ik voelde, daar en toen, op dat podium met een biertje in mijn hand, vooral berusting. Alsof ik in een tandartsstoel lag voor een wortelkanaalbehandeling waar ik weken tegenop had zitten janken. Het was begonnen, en misschien was dat maar beter ook.

Die gelatenheid bij mezelf verbaasde me een beetje. Zeker omdat ‘ie bleef hangen, de dag erna. Op de sociale media zag ik tweets en posts die het hadden over het failliet van de democratie. En ik dacht: maar dit is nu juist democratie in optima forma! Dit is waarom democratie prachtig én verschrikkelijk is. Er is een partij gekaapt, er is een outsider op het schild gehesen; een deel van de bevolking dat zich stelselmatig genegeerd voelde heeft de macht gegrepen. Op legitieme wijze. Er hebben geen guillotines aan te pas hoeven komen. Het is natuurlijk alles behalve leuk, sterker nog; het is ten hemel schreiend. Maar het is boven alles democratie, in zijn meest pure en zelfs indrukwekkende vorm.
Eveneens denk ik dat het niet klopt om Trumps overwinning af te schuiven op racisten en seksisten. Op mensen die te dom zijn om te mogen stemmen. Dat is te simpel en gevaarlijk bovendien. Er is een groot deel van de samenleving bang en boos en dat is, zeker in Amerika, niet per se onterecht. De artikelen die ik las toen ik me voorbereidde op ons absurde theaterproject leerden me wat dat betreft een andere kant van een verhaal dat ik al te vaak op mijn eigen wensen en plezier had afgestemd. Ik las bijvoorbeeld over een man met een steakhouse in Pennsylvania. Hij runde het restaurantje omdat hij zijn baan in de industrie was kwijtgeraakt aan goedkopere krachten uit Mexico. En nu, een half jaar later, hadden de Mexicanen die parttime in die industrie werkten ook nog een taco-tent aan de overkant van de straat geopend. Niemand kwam meer steaks bij hem eten. Deze man zei dingen over die Mexicanen die racistisch zijn, en verkeerd. Maar zijn machteloosheid en wanhoop sijpelden tussen de letters door. Veel meer dan een xenofoob was de man ten einde raad. En hij staat symbool voor een enórme groep. De ongelijkheid tussen arm en rijk in Amerika is enorm. Miljoenen banen van laagbetaalden verdwijnen, de infrastructuur is een zooi en onderwijs en zorg zijn ondermaats. De woede hieromtrent gaat niet verdwijnen door deze weg te honen of weg te zetten als dom en ongeïnformeerd. Ja, de woede vindt zijn weg naar buiten vaak via verkeerde kanalen, zoals vreemdelingenhaat. En dat is afschuwelijk en verwerpelijk. Maar het helpt niet om wat er achter die haat schuilt te negeren.

(As we speak merk ik dat wat begon als een sfeerschets nu een pleidooi aan het worden is. Ik laat het maar even gebeuren. Als u het saai of stom vindt moet u maar gewoon een wandeling gaan maken, of een broodje haring kopen of zo; dat moet ook gewoon mogen.)

Te vaak wordt er gesproken over een onderklasse “die het niet snapt”. Over dat we ze moeten opvoeden of het stemrecht ontnemen. Ikzelf heb me daar ook schuldig aan gemaakt en met terugwerkende kracht schaam ik me daarvoor. Want het is precies die elitaire houding die ons in de nesten gebracht heeft. Die in de loop van de geschiedenis voor de nodige onthoofdingen, en nu voor de verkiezing van Donald J. Trump heeft gezorgd. Tuurlijk, de man is een totale nachtmerrie. Een idioot met een vervelend kapsel. Tuurlijk, ook ik hoopte (en rekende) vurig op een overwinning voor Clinton. Maar vier jaar Clinton was – hoewel lekker veilig – een ontkenning van een structureel probleem geweest. En ontkennen kan nu niet meer. En dat besef liet zich in mijn hele lijf voelen, daar in dat theater, om acht uur in de ochtend. Ontkennen kan niet meer. Het is gebeurd en het heeft een reden.

Laat er geen misverstand over bestaan: Donald Trump is een populist, een seksist, een xenofoob. Hij is allesbehalve het antwoord op de problemen van zijn stemmers, maar die stemmers waren tóch wanhopig genoeg om zich tot hem te wenden. En het waarom daarvan vind ik veel belangrijker dan de afschuw.
Want ook wij hebben verkiezingen in het vooruitzicht. En ook wij hebben te maken met een groeiende groep mensen die wereld zoals wij hem hebben ingericht niet meer wil. Die hem te groot vindt, te onoverzichtelijk. Mensen die het zat zijn dat er keuzes gemaakt worden waar zij onder lijden en dat hun protesten daartegen afgedaan worden als bullshit voor bange mensen.

Het is in de geschiedenis al meer dan eens mis gegaan. We hebben dit vaker gezien. Hoe de kloof tussen hoog- en laagopgeleid, tussen links en rechts, tussen arm en rijk en noem maar op, leidde tot iets afschuwelijks. Tot eerst woede, daarna opstand, daarna een heleboel moord en doodslag om uiteindelijk, staand op de smeulende resten, elkaar te beloven dit nóóit meer te doen. Maar het móet anders kunnen. Het móet af te wenden zijn. En dit is het moment dat ik aankom bij de cliché’s. Cliché’s die ik tóch opgeschreven wil hebben. We moeten luisteren, zelfs al bevalt het ons niet wat we horen. We moeten het geheven vingertje afleren. We moeten stoppen met roepen dat hoe graag zij Donald Trump of Geert Wilders ook in het zadel willen, wij dat linksom of rechtsom zullen voorkomen. Want dat is niet hoe het werkt. Het is antidemocratisch en het zal simpelweg niet gepikt worden. Nogmaals: de opkomst van de geblondeerde heren (én de daadwerkelijke mogelijkheid dat ze verkozen worden) is níet het failliet van de democratie. Het mag ons niet bevallen, maar dat is inherent aan ons systeem. We zijn allemaal de baas. En tegelijkertijd dus allemaal niet. En dat betekent maar één ding: we moeten, massaler dan ooit, proberen elkaar te snappen. Maar nu echt. De wereld vormgeven is niet voorbehouden aan de elite. Dat is misschien jammer, maar even zozeer is het eerlijk.

Toen ik na de verkiezingsnacht het theater verliet was het alweer licht. Er liepen mensen in dikke jassen en er reden bussen. Het regende een beetje en op de fiets werden mijn handen rood en koud. De wereld leek niet veranderd; het was een doodnormale rotochtend. Maar tegelijkertijd voelde ik dat dat een illusie was. Dat dat wat er voorheen onder het wegdek zat door de scheuren naar boven was gekropen. Dat er iets groots en onontkoombaars gebeurd was. Iets waar geen duizend donzen dekens me tegen zouden kunnen beschermen. De wortelkanaalbehandeling was begonnen. Ik besloot me eraan over te geven, zoals ik me ook overgaf aan de regen in mijn gezicht. Want wat moet je anders?