Tineke

door Lucas de Waard

Zondag was ik op een borrel. Het was warm weer, we dronken er wijn en omdat die wijn lekker was, dronken we snel. Ik werd dronken. Rond middernacht belde mijn moeder. ‘Tineke is overleden.’ Ik knikte, maar daar kreeg ze niks van mee. Ik condoleerde haar en we praatten wat over hoe het was gegaan. Tineke was niet alleen geweest. Dat was haar grote vrees. Alleen sterven. Ik hing op en vroeg me voor het eerst van mijn leven af wie er zal zijn als ik sterf. Misschien ben ik er altijd blind vanuit gegaan dat er iemand zal zijn. Of misschien heb ik het me nog nooit eerder afgevraagd. Ik dronk nog meer wijn. Tot er geen scherpe randjes meer waren.
Tineke is mijn oudtante. Ze was de eerste vrouwelijke televisieregisseur in Nederland. Daar schep ik geregeld over op, want zoiets doet het goed op feestjes. We leven in een tijd met chronisch gebrek aan eerstes. Tineke maakte programma’s als ‘Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?’, en daar keek ik dan naar, als heel klein kind, zonder te weten dat zij het gemaakt had. Ze was een grote naam.
Over het vrouwenprogramma, eveneens door haar gedraaid, zei ze in een interview: ‘De moeilijkheid was dat het op de avond stond. De mannen zeggen dan zo van “Moeten we daar nou naar kijken?” Maar de vrouwen zeggen niet, als er specifieke mannenprogramma’s zijn over bijvoorbeeld Polarisatieraketten, “Moeten wij daar nou naar kijken?”’ Mijn vriendin had haar gemogen, denk ik. Maar goed, voor zoiets moet je langs gaan, en dat deed ik de laatste jaren niet meer. Een fout die ik nog veel vaker ga maken.
Als kind krijg je maar weinig mee van wat volwassenen doen als jij er niet bent. De eerste vrouwelijke televisieregisseur was voor mij de vrouw van de boomgaard, van ingewikkelde kaartspellen, een gek hondje en verhalen. Ik ging er logeren en mocht dan wat meenemen van de rommelzolder. Dat ze behalve regisseur ook schrijver was ontdekte ik pas toen ik mezelf ook zo begon te noemen. Aan het eind van mijn eerste jaar op de academie stuurde ik haar mijn portfolio. Ze schreef terug: ‘Je dialogen zijn geweldig. Poëzie, dat moet je maar niet meer doen.’ Daar had ze volkomen gelijk in.
Wilde ze een feministisch rolmodel zijn? En zo nee, wat vond ze ervan dat ze het natuurlijk wél was? Hoe keek ze naar TV anno nu? Heeft ze ooit Ex on the beach gezien? Wat vond ze van mijn boek, of had ze het misschien nog niet gelezen? Vragen die ik in retrospectief graag wil stellen, maar ja, ik ging niet meer langs.
In de rij bij de kassa van de supermarkt staat een meisje achter me. Ze zal niet ouder dan zestien zijn. Om haar schouders hangt een wijd, wit T-shirt. ‘Everyone should be a feminist’; rode letters ter hoogte van haar borsten. Ik kijk ernaar, en dan snel weg. Omdat ik niet wil dat ze denkt dat ik naar haar tieten sta te gluren. Ze zal zich afvragen of ik een viezerik ben. En daarna waarom mijn ogen betraand zijn.