V&D

door Lucas de Waard

Deze tekst werd live geschreven en voorgedragen
in de Orde van de dag Ouds en Nieuws Show

Ik heb een badjas aan.
Ik zit in een leeg gangpad, en ik heb een badjas aan.
Kan gewoon.

Ik eet een broodje vitello tonnato.
Met een ijsmuts op. Zittend op een rolkoffer.
Een Garfield-mok slaat me wantrouwend gade.
Kan gewoon.

Ik dender op rolschaatsen langs schappen vol teddyberen,
ik trek een rek parfum om,
de lucht trilt even.
Ik zet een zonneklep op en steek een hele lelijke sjaal in de fik.
Kan gewoon.

Ik sla heel de La place in elkaar.
Niemand die het ziet.
Ik hang twee croissants om mijn oren,
hang mijn polsen vol met fantasieloze accessoires en stort me
rammelend als een Afrikaanse sjamaan
in de ballenbak.
Kan gewoon.

Ik smeer me in met alle producten
van Rituals…
En daarna glij ik,
een grote, glibberige man van middelbare leeftijd
schreeuwend over de vloer van de cosmetica-afdeling.
Mijn gezicht heb ik, voor de gelegenheid,
verschminckt tot dat van een woedende clown.
Ik hol door naar de zonnebrillen,
en trek ze uit de rekken.
Ze kijken me aan.
Ze kijken me aan en ik zie teleurstelling.
Ik trap ze kapot.
Kan gewoon.

Kan gewoon.
Alles kan! Ik kan hier alles!
En daarom ga ik niet naar huis.
Ik kan hier wonen. Ik kan hier oud worden,
net als die dikzak van de mediamarkt.
Dat kan.
Ik hoef nooit meer terug.
Niet naar huis.
Niet vertellen dat papa in het nieuwe jaar
geen baan meer heeft.

Papa verkoopt onderbroeken.
Dat zei mijn zoontje altijd.
En daarna moest hij gillen van het lachen.
Papa verkoopt onderbroeken…

Ik heb mijn vrouw ontmoet op mijn werk.
Zij kocht een bakvorm voor muffins.
‘Ga je die allemaal alleen opeten?’
vroeg ik.
‘Ja’, zei ze, ‘En jij krijgt niks.’
‘Geeft niet’, zei ik, ‘Ik ben lactose-intolerant.’
Dat woord kende toen nog niemand.
Ze vond me grappig.
Tenminste, dat zei ze.
Ik weet nooit zo goed wanneer vrouwen zoiets menen.
En wanneer ze gewoon medelijden met je hebben.

Niet naar huis.
Niet vandaag.
Niet op oudjaarsavond.
Omdat we 2016 in zouden gaan met goed nieuws.
Omdat wij niet zoals de buren,
niet zoals die stakker die tegenover ons woont,
omdat die hele kutcrisis ons niet…
Ons niet…

Dus. Niet naar huis.
Hier wonen.
Hier oud worden.

Ik trek alle CD’s uit hun hoesjes.
Ik breek wat ik lelijk vindt doormidden.
Muziek! Er moet muziek door de gangpaden schallen.
Ik kies knuffelrock.
Zijige liefde.
Ik kruip onder een rek bontjassen en omklem een kussentje.
Op de kabbelende tonen van een zoetgevooisd liefdesliedje
wieg ik mezelf in slaap.
Kan gewoon.