Apocalyps (verhaal van 100 woorden)

door Lucas de Waard

Ria en Hugo zaten op het tuinbankje en keken hoe het einde van de wereld zich voltrok.
‘Dat valt nog niet tegen, zo’n apocalyps’, zei Hugo, terwijl het huis van de overburen werd vermorzeld onder een neerstortende vuurbal.
‘Nee’, beaamde Ria, ‘geen flauwekul, zo mag ik het graag zien’. Paniekerige vogels die niet wisten waar het te zoeken zwermden bijeen en werden meegesleurd door een tornado. Veertjes dwarrelden neer.
‘Wat vind jij van Guido Wijers?’, vroeg Hugo. In de verte verrees een vloedgolf.
‘Kut’, zei Ria. En omdat ze elkaar zo goed begrepen kusten ze teder, terwijl de aarde openscheurde.