Deur (verhaal van 100 woorden)

door Lucas de Waard

‘Kijk, daar ligt een deur!’, zegt Otto. Job kijkt. Inderdaad, er ligt een deur. Een oude, afbladderende deur, tegen een tuinhek. Met een briefje erop: ‘Gratis’.
‘Raar,’ zegt Job, ‘zet eens overeind’.
Otto tilt de deur op. Job veegt met zijn mouw over het kleine raampje en kijkt er doorheen. Hij ziet een ruïne met de contouren van een stad. Er laaien vuren op en krokodillen met mensenbenen en blond haar marcheren door de straten. Hij doet een stap achteruit, pakt de deur beet en legt hem terug.
‘En?’, vraagt Otto.
‘Niks, zegt Job, ‘Kom, we gaan een Calippo kopen’.